China is in sommige opzichten India reeds voorbijgestreefd, vooral in de markt voor embedded systems. Grote hardware- en softwareleveranciers zien in China (en de rest van Azië) een belangrijke toekomstige afzetmarkt en moeten hun producten daar lokaliseren.

“Hier haalt China op dit moment het meeste mee binnen als het gaat om geëxporteerde outsourcing”, zegt Onderzoeker Frances Karamouzis van Gartner. “Maar dit krijgt veel minder aandacht, omdat de klant in dit geval geen hoge directeur is, bijvoorbeeld een CIO, maar eerder iemand van een technische afdeling, bijvoorbeeld productontwikkeling of R&D.”

Juist die enorme binnenlandse markt, met de hoogste groeicijfers ter wereld en 20 procent van de wereldbevolking, heeft ict-dienstverleners en zelfs klanten ertoe verleid om vroeg in te stappen in Chinese outsourcing. De binnenlandse economie maakt China “vanuit zichzelf al interessant voor bedrijven die internationaal door willen groeien”, zegt Geofrey Master, partner bij Mayet Brown JSM in Hong Kong. “Ict-outsourcing kan deel uitmaken van een plan om je als bedrijf in China te vestigen.”

Vroeg erbij

Een IBM of een Wipro komt niet alleen naar China om de lage ICT-kosten te kunnen doorberekenen aan bestaande klanten. Ze willen ook deals sluiten met Chinese bedrijven. “Ze willen niet de fout maken zoals ze met India hebben gedaan en te laat instappen”, zegt Master. “Ze maken gebruik van de aantrekkelijke infrastructuur en lokmiddelen die China biedt voor dienstverleners.”

Voor klanten die ict in een vroeg stadium naar India hebben uitbesteed, stond dit proces los van plannen om eventueel in India aan de slag te gaan. Maar klanten die naar China uitbesteden, combineren juist de afname van ict-diensten met andere zakelijke activiteiten. Ze beginnen daar een eigen productielijn, of stappen in joint ventures. “Outsourcing wordt er dikwijls gedaan naast drie of vier andere activiteiten”, zegt Karamouzis.

wantrouwen

Toch sluiten Europese of Amerikaanse CIO's zeer zelden miljardencontracten af in China. Zelfs als het gaat om een Chinese tak van een grote multinational, zijn beslissers nog wantrouwend. De Chinese markt heeft ook nog geen internationale ict-dienstenreus voorgebracht. “De markt is zeer gefragmenteerd. Niemand domineert”, zegt Master.

Voor ict-klanten is China nog een experiment. “Ze houden hun mogelijkheden open”, zegt Karamouzis. “Klanten van Chinese dienstverleners nemen zelden hun ict bij een enkele partij af. Sommigen kiezen er bijvoorbeeld voor om grote deals te sluiten met Amerikaanse of Indiase dienstverleners, en sturen kleinere projecen naar een of twee Chinese leveranciers. Anderen omzeilen een deel van het risico door Chinese diensten af te nemen via een tussenbedrijf. En weer andere bedrijven kiezen ervoor om, eventueel samen met andere bedrijven, een eigen dienstentak in China op te zetten.

Klanten zijn ook uiterst wantrouwend als het gaat om dataveiligheid, contracten, operationele transparantie en vertrouwelijkheid van de leverancier, zegt Master. Atul Vashistha, CEO van Neo Advisory, adviseert zijn klanten daarin om China alleen te gebruiken om Aziatische activiteiten te ondersteunen, en om zelfs dan alleen managers die zijn opgeleid in de VS of Europa in te zetten.

China sneller dan India?

Het is moeilijk voor experts om te zeggen wanneer en óf China India zal inhalen als ict-uitbestedingsland. Als je over een wedloop tussen beide landen spreekt, dan is het een wedloop waarbij de finish constant wordt verschoven.

China heeft op sommige gebieden een uiterst volwassen markt. Denk aan embedded software en ontwikkeling van eenvoudige applicaties. Maar zoiets als ERP-ondersteuning zal bijvoorbeeld pas over een jaar of vijf volwaardig zijn. En end-to-end ict-ondersteuning ligt zelfs nog een jaar of tien achter op de Indiase markt, die maar liefst 70 miljard dollar waard is. “China heeft veel vooruitgang geboekt, maar India blijft ook gewoon doorgroeien”, zegt Master. “Misschien dat China India nooit zou kunnen bijbenen op alle fronten.”

Als China een inhaalslag maakt, dan is het duidelijkste signaal daarvoor het aantal getekende contracten, zo zegt Karamouzis. “Klanten die contracten sluiten met Chinese dienstverleners laten zien vertrouwen te hebben.” Als potentiële klanten Chinese en Indiase op een gelijke manier beginnen te waarderen, dan is ook dat een teken dat China begint op te klimmen, zegt Master. “En als de Chinezen vestigingen openen in India, dan hebben ze gewonnen”, grapt hij.

Het kan uiteindelijk ook anders uitpakken dan een of-of situatie. “Iedere markt moet per contract bezien worden als mogelijkheid”, zegt Jens Butler van Ovum. “Beide markten hebben sociale, politieke en economische voordelen ten opzichte van de ander.”

“Een van de fascinerende aspecten van de India-tegen-China-discussie is dat de een niet geheel is in te ruilen voor de ander”, zegt Master. “En dat zal ook nooit gebeuren.”