Het is meteen de laatste keer dat Intel een OverDrive verscheept: in een markt waarin rappere chips elkaar sneller aflossen dan dag en nacht is voor de upgradable processor geen plek meer. De OverDrive werd geïntroduceerd in 1990, toen de prijzen voor de Intel-processor een stuk hoger lag dan vandaag de dag en de concurrentie voor de marktleider te verwaarlozen was. Voor computerbezitters was het toen nog de moeite waard om hun 486-processor een nieuw leven in te blazen – al moest daar ook nog een fors bedrag voor op tafel worden gelegd. Acht jaar later merken gebruikers dat een nieuwe chip alleen niet meer voldoende is: er is ook meer geheugen nodig, grotere harddisken, snellere videokaarten, merkt Keith Diefendorff op, hoofdredacteur van Microprocessor Report. Ook bij de prijs van de OverDrive-processor voor de Intel Pentium Pro kun je je afvragen of je met een volledig nieuwe machine op de langere termijn niet beter uit bent. Intel heeft de adviesprijs voor zijn OverDrive vastgesteld op rond de 1200 gulden. Daarvoor kan de gebruiker de snelheid van zijn 150 MHz en 180 MHz Pentium Pro opkrikken tot 300 MHz, en de 166 MHz en 200 MHz-versies tot maximaal 333 MHz. Naast een hogere kloksnelheid biedt de Pentium II OverDrive ook de MMX-instructies voor het bespoedingen van grafische taken en beeldverwerking gecombineerd met een 32 KB Level 1 interne cache en een 512 KB Level 2 cache die data verplaatst naar de rest van het systeem met dezelfde snelheid als de processor. De kern van de laatste OverDrive is gebaseerd op het Deschutes-ontwerp van de Pentium II en Pentium II Xeon. Volgens Intel levert de vervanging van een 200 MHz Pentium Pro door een 333 MHz Pentium II OverDrive een snelheidswinst op – voor zakelijke toepassingen onder Windows 95 – van 47 procent. Onder Windows NT 4.0 bedraagt het extra vermogen 39 procent in de berekeningen van Intel. Bij applicaties waar MMX zijn invloed kan doen gelden loopt de winst op tot 80 procent.