In die derde en laatste voortgangsrapportage wordt op een rijtje gezet wat het programmabureau Nederland Open in Verbinding (NOiV) heeft gedaan en wat de effecten daarvan zijn. Ook aan bod komt het principe van 'pas toe of leg uit' voor open standaarden. Terwijl het overheidsrapport stelt dat de gang naar open overheids-ict een “onomkeerbaar proces" is, blijkt er weinig sprake te zijn van gehoorzamen aan het open ict-beleid.

Afwijken en niet uitleggen

Minder dan de helft van de overheden past open standaarden toe, volgens een steekproef van aanbestedingen uit de eerste helft van 2010. Ongeveer 40 procent voldoet aan de verplichting van 'pas toe'. De overige 60 procent wijkt daarvan af, wat wel is toegestaan als het gebruik van gesloten standaarden maar goed wordt uitgelegd.

De eis van 'leg uit' wordt echter niet gehoorzaamd. Voor de afwijkende aanbestedingen is er geen uitleg teruggevonden in de jaarverslagen over 2010, vermeldt het voortgangsrapport over het NOiV. De looptijd voor dat programmabureau van de overheid verloopt nu en het exitrapport is net door minister Maxime Verhagen aangeboden aan de Tweede Kamer.

Die ongehoorzaamheid komt niet voort uit onwetendheid. “Uit de laatste NOiV-monitor blijkt dat het overgrote deel van de overheid bekend is met het uitgangspunt om open standaarden toe te passen bij het aanschafbeleid." Dat bewust zijn van het in de praktijk toch genegeerde beleid wordt deels toegewezen aan “uitgebreide voorlichting en tal van praktische hulpmiddelen voor zowel overheden als voor ict-aanbieders".

'Moet beter'

Dit leidt in de praktijk niet tot het gewenste resultaat van meer open overheids-ict of rechtvaardiging waarom dat niet is gedaan. “Het uitleggen door overheden waarom in concrete gevallen wordt afgeweken van de regel om geen open standaarden mee te nemen bij aanbestedingen moet beter", merkt het overheidsrapport op. Voor die benodigde aanscherping moet het kabinet gaan zorgen. Die “werkt eraan om de naleving van het 'pas toe of let uit' regime aan te scherpen."

Een concrete stap is dat het in de praktijk weinig nageleefde principe wordt opgenomen in de rijksbegrotingsvoorschriften van 2012. “Hiermee wordt de verantwoording van de aanschaf en de realisatie van ict-producten/diensten binnen het Rijk boven 50.000 euro middels de departementale jaarverslagen verder aangescherpt."

Ook werpt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zich op als controlerende partij. Het ministerie neemt het toelichtingsdeel van het principe explicieter op in afspraken die het maakt met medeoverheden. Dit moet de naleving verbeteren bij gemeenten, waterschappen en provincies.

2015 of later

Juist bij kleinere gemeenten blijkt het te schorten aan “consequente uitvoering van de actielijnen" van het NOiV, valt te lezen in het rapport. Dat is in 2010 en 2009 ook al geconstateerd. Eind 2009 meldde het programmabureau op basis van eigen onderzoek dat ongeveer 30 procent van de ondervraagde overheden verwacht pas eind 2015 aan de eisen van het actieplan te kunnen voldoen.

Nog eens 15 procent pas later, maar de overige 55 procent wel vóór eind 2011. Die nipte meerderheid die het officiële beleid gehoorzaamt voor de opheffing van het NOiV, bestaat uit “de meeste ministeries en provincies". De achterblijvers zijn voor ongeveer de helft de uitvoeringsinstanties, waterschappen en gemeenten, meldde het programmabureau in het najaarsrapport 2009 (pdf).