Het ministerie van justitie en de Federal Trade Commission (een dienst die toezicht houdt op de Amerikaanse handel) zijn een onderzoek begonnen naar de handelspraktijken van Intel. De overheid wil nagaan of Intel de wetten op de monopolievorming wel naleeft. De chipfabrikant heeft tachtig procent van de markt voor PC-processors in handen. Laat Intel wel genoeg ruimte

voor concurrenten?

In het verleden is de Californische chipproducent er geregeld van beschuldigd zijn rivalen uit de markt te willen drukken, door voortdurend zijn prijzen voor chips te verlagen en andere fabrikanten de toegang tot nieuwe technologie te ontzeggen (of er veel geld voor te vragen).

Van 1991 tot 1993 was Intel ook al het lijdend voorwerp in een anti-monopolie-onderzoek door de federale regering. Toen werd het bedrijf vrijgesproken van oneerlijke concurrentie. Volgens kenners is de overheid dit keer bezorgd omdat Intel zich al lang niet meer toelegt op PC-chips alleen. De fabrikant is sinds twee jaar ook actief in de productie van moederborden, grafische versnellingskaarten en chipsets, de halfgeleiders rond de processor die verschillende taken hebben overgenomen. Op dat laatste terrein heeft Intel maar liefst 70 procent van de markt in handen.