Het is bekend dat voor de film- en muziekindustrie bedrijven als SafeNet en BayTSP op p2p-netwerken actief zijn met uploaden van schijnbestanden. Zo kunnen ze individuele gebruikers traceren en, waar opportuun, eventueel aanklagen. Dat is ook precies wat gebeurd is met de 'alleenstaande moeder' Jammie Thomas, recent veroordeeld tot betaling van twee ton voor het illegaal delen van 24 auteursrechtelijk beschermde liedjes via Kazaa.

En dat kan zomaar iedereen overkomen die zich op p2p-netwerken begeeft en dergelijke bestanden deelt, zo is de omineuze conclusie van een studie van wetenschappers van de University of California-Riverside. Hierover bericht Ars Technica.

Uit het onderzoek (pdf), uitgevoerd begin 2006, blijkt dat als gebruikers van p2p-netwerken géén gebruik maken van 'blocklists' om de heimelijk rondspeurende bedrijven te weren, ze binnen afzienbare tijd gegarandeerd worden getraceerd.

De 'oplossing' is volgens de onderzoekers echter simpel: Wie de top vijf van IP-adressen die bekend als staan als 'downloadlokkers' blokkeert reduceert de kans om getraceerd te worden tot één procent.

Er zit wel een behoorlijk zwak punt in het onderzoek. Zo is niet duidelijk dat de IP-adressen van de blocklists ook daadwerkelijk overeenkomen met de door de contentindustrie ingehuurde p2p-speurders. Deze doen immers hun uiterste best om hun ware identiteit te verbergen door het gebruik van bijvoorbeeld proxy servers.

Het gebruik van blocklists helpt dus om opsporing te voorkomen, maar is wel minder effectief dan geschetst in dit onderzoek.