Dit stelt Frank Creighton – bij de Recording Industry Association of America (RIAA) belast met muziekpiraterij - tegenover CNet. Behalve dat Gnutella simpelweg nog te weinig gebruikers heeft en nog altijd met aanloopproblemen kampt, zijn er ook praktische bezwaren voor de RIAA om individuele gebruikers aan te pakken. Het grote verschil tussen programma's als Napster en iMesh enerzijds en het netwerk van Gnutella anderzijds is dat deze laatste technologie geen gebruik maakt van centrale servers die al het verkeer tussen up- en downloadende gebruikers regelen. Gnutella is volledig gedecentraliseerd, wat tegelijk een voordeel als een nadeel is. Voordeel is dat het netwerk erg lastig kan worden aangepakt door bijvoorbeeld de RIAA. Er zijn immers geen centrale computers die kunnen worden afgesloten, noch is er een bedrijf dat verantwoordelijk kan worden gesteld. Nadeel is echter dat de techniek niet werkt zoals die zou moeten werken. Het zoeken en downloaden van bestanden gaat in vergelijking met Napster vaak hemeltergend langzaam. Dit is te wijten aan langzame computers in het peer-to-peer netwerk, waardoor er opstoppingen ontstaan. Mocht Gnutella al haar problemen te boven komen en grote massa's aantrekken, dan heeft de RIAA haar strategie al klaarliggen, zo belooft Creighton. "We hebben een strategie, maar die moeten we nog implementeren", aldus Creighton tegenover CNet. Het grootste probleem voor de platenindustrie om Gnutella-gebruikers aan te pakken, is de hoeveelheid werk die daarmee is gemoeid. Technisch gezien is het voor de RIAA zeker mogelijk om na te gaan bij welke provider een bepaalde gebruiker zit. Maar hierna wordt het lastig; de ISP zou moeten worden gedwongen om de persoonlijke gegevens van de overtreder vrij te geven. Dat is een behoorlijk arbeidsintensief proces. Zolang Gnutella nog underground blijft, zal de RIAA daarom niet in actie komen. Gnutella heeft ongeveer 250.000 gebruikers per dag die hiervoor programma's als BearShare gebruiken.

Eerdere relevante berichten:
Gnutella 2 moet hoge verwachtingen inlossen (30 januari 2001)