Het Amerikaanse federale hooggerechtshof heeft gisteren bepaald dat een rechtszaak tegen de platenmaatschappijen Sony, Vivendi-Universal, Warner Music en EMI doorgang kan vinden. Die platenmaatschappijen zijn in de VS aangeklaagd wegens het maken van illegale prijsafpsraken voor downloadsites.

Legale alternatieven voor Napster

De platenlabels hadden beroep aangetekend tegen die rechtszaak omdat zij meenden dat de beschuldigingen onvoldoende onderbouwd waren. Het federale beroep in New York stelde eerder al dat de labels ongelijk hadden en dat de rechtszaak door kon gaan. Het hooggerechtshof heeft die uitspraak nu bevestigd, meldt Bloomberg.

In deze zaak zijn een groot aantal rechtszaken die tussen 2005 en 2006 door Amerikaanse burgers zijn aangespannen samengevoegd. Deze rechtszaken gingen allemaal over de downloaddiensten MusicNet en Pressplay. De grote platenmaatschappijen lanceerden deze websites in 2001 als legaal alternatief voor Napster.

De aanklagers beweren dat de labels met deze diensten het aanbod en de distributie van online muziek tegenwerkten. Bovendien zouden de bedrijven samen kunstmatig hoge prijzen afspreken en deze prijzen ook in stand houden. De rechtszaak was in 2008 al wel door een lagere rechter afgewezen.

'Te duur en te beperkt'

Zowel Pressplay als Musicnet waren abonnementsdiensten en de aanklagers menen dat de kosten per maand veel te hoog lagen. Ook de restricties waren enorm. Zo mochten gebruikers van Pressplay voor 15 dollar slechts 50 nummers downloaden en 10 tracks per maand op een cd zetten.

MusicNet was iets goedkoper met 10 dollar en gebruikers mochten bij die dienst ook nog eens twee keer zoveel downloaden. Die dienst verwijderde echter ieder nummer dat langer dan dertig dagen op de computer van een gebruiker stond. Opnieuw downloaden kon, maar dat kostte opnieuw geld. Door die praktijken werden de diensten negende in de top 25 slechtste tech-producten allertijden van PC World.

In 2005 opnieuw een minimumprijs

Volgens de klagers hebben de platenmaatschappijen toen hun catalogi in 2005 volledig gedigitaliseerd en opnieuw een kunstmatige minimumprijs voor downloads afgesproken. Dat minimum ging omhoog van 65 naar 70 cent per nummer. De labels negeerden daarnaast onafhankelijke aanbieders die lagere tarieven rekenen, zo bericht The Guardian.

De rechtszaak werd in 2008 nog afgewezen door een lagere rechter. Omdat het hooggerechtshof nu uitspraak heeft gedaan over de legitimiteit, kunnen de platenlabels niet meer in beroep. De rechtszaak wordt daarom terugverwezen naar de behandelende rechtbank.