Dulfer begint zijn betoog met: "De boeven van de muziekindustrie hebben ruzie". Hij doelt hiermee op de rechtszaak die speelt tussen de Russische downloadsite Allofmp3 en de platenmaatschappijen en de brancheorganisatie van Amerikaanse platenmaatschappijen RIAA.

Allofmp3 meent volgens de Russische wetgeving legaal te handelen, omdat de download site per nummer een bedrag betaalt aan ROMS, een instelling die zegt de inkomsten af te dragen aan rechthebbende artiesten.

Volgens Dulfer zijn dit boevenargumenten en noemt de platenmaatschappijen eveneens boeven. Hij is van mening dat het auteursrechtsysteem niet goed in elkaar zit. "De platenmaatschappijen zeggen natuurlijk dat ze opkomen voor de arme artiesten die misbruikt worden, maar artiesten zien bijna nooit het geld dat met hun platen verdiend wordt", aldus Dulfer. Verder beschrijft hij de platenmaatschappijen als bolwerken van grote ego's, waar iedereen vooral hard voor zichzelf aan het werk is, maar niet voor de artiest.

Dulfer vertelt dat slechts 10 procent van de verkoop van zijn platen bij hem terechtkomt en de rest verdwijnt in de zakken van platenmaatschappijen. Dulfer vindt het daarom 'gelul' dat de 'zielige' muzikanten beschermd moeten worden met drm-beveiliging en ander soorten beveiliging.

Op het weblog schrijft Dulfer dat zijn cd's geen inkomstenbron zijn, maar een reclame voor zijn concerten. "Hoe meer mensen mijn muziek horen, hoe meer er naar mijn concerten komen. Kopieer mijn muziek gerust en stuur maar naar al je vrienden!" In de lijn met deze uitspraak brengt Dulfer zijn laatste album uit op usb-stick, die bij concerten te koop is voor de kostprijs van de usb-stick.

Dulfer eindigt zijn betoog met het feit dat artiesten tegenwoordig ook zonder platencontract bekend kunnen worden, door sites als Myspace. Hij is van mening dat platenmaatschappijen en instanties als de Buma, de Sena en de Norma wakker moeten worden. "Als het zo doorgaat bestaan zij over tien jaar niet meer, maar ik wel!", aldus Dulfer op het weblog van Xs4all.