Dit blijkt uit een analyse van het gebruik van open source-licenties door analist Matthew Aslett van onderzoeksbureau 451 Research. Hij heeft in juni al een daling geconstateerd voor de 'pure' open source-licenties van de GPL (GNU Public License). Nu stelt hij dat die daling niet alleen doorzet, maar versnelt.

MIT, BSD en Apache rukken op

Tegelijkertijd winnen semi-open licenties aan populariteit. Dat zijn licenties die developers en bedrijven toestaan bepaalde beperkingen op te leggen in het hergebruik en distributie. Combinaties met andere software zijn dan mogelijk zonder dat die eventueel gesloten of bedrijfseigen programmatuur dan ook open moet zijn. Voorbeelden zijn de MIT-, BSD- en Apache-licenties.

Het gebruik van deze semi-open licenties voor de 'pure' GPL maakt echter geen snellere stijging door. De stijgende lijn loopt gestaag door. De scherpere daling van open source-licenties sinds juni geldt voor zowel alle GPL-licenties als voor de meestgebruikte variant de GPLv2.

De neergang van de GPL, volgens 451 Research: Klik voor groot

Nieuwkomers negeren GPL

“De GPL-familie bestrijkt nu ongeveer 57 procent van alle open source-software, vergeleken met 61 procent in juni", blogt analist Aslett. In juni 2008 was dat nog 70 procent. Hij stelt dat als deze daling in hetzelfde tempo doorzet, de GPL in september 2012 onder de 50 procent duikt.

Inmiddels zitten de zogeheten 'permissive licenses' nu op ongeveer 25 procent. Volgens de prognose van gelijk groeiende voortgang komen die concurrenten tezamen over bijna een jaar uit op 30 procent. In juni 2009 was dat nog 15 procent. Data over juni 2008 is niet beschikbaar, schrijft Aslett.

“Ik denk niet dat [open source-]projecten afstappen van de GPL, maar dat nieuwe leveranciers kiezen voor een community-aanpak op basis van permissive licenses, in plaats van te proberen projecten te beheren via gebruik van de GPL", zegt de analist tegen ITworld.com.

Dubbele meting

Analist Aslett baseert zijn analyse op data van Black Duck Software. Die Amerikaanse ict-leverancier combineert open source met half-open code en bedrijfseigen software van derden. Aslett erkent in zijn blog dat er critici zijn die de cijfers van Black Duck in twijfel trekken omdat de metingen niet inzichtelijk zijn.

Hij heeft in juni echter de cijfers van Black Duck vergeleken met die van open source-meetproject FLOSSmole. Uit die uitgebreide analyse is toen ook de daling van de GPL naar voren gekomen. “Ik heb er dus vertrouwen in dat de trends een accurate weergave van de situatie zijn."

Microsoft boven Mozilla

Volgens de licentiedatabase van Black Duck dient de GPLv2 nog altijd als licentie voor bijna de helft (ruim 42 procent) van alle open source-projecten. De nummer twee is de MIT-licentie met ruim eentiende (bijna 11,5 procent), gevolgd door de Artistic License voor Perl (met bijna 7,9 procent). Daarna volgen de lichtere uitvoering van de GPL, de LGPL 2.1 (7,1 procent), versie 2.0 van de BSD-licentie (6,8 procent) en de derde versie van de GPL (6,4 procent).

Op de zevende plaats staat de Apache License 2.0 (5,9 procent), gevolgd door de Code Project Open 1.02 License (2,1 procent), waarna de semi-open licentie van Microsoft opduikt. De Public License (Ms-PL) van de Windows-producent heeft 1,8 procent marktaandeel en is daarmee populairder dan de open source-licentie van de Mozilla Stichting. Die hekkensluiter van Black Ducks top 10 heeft net iets meer dan 1 procent.