Dat heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof maandag bepaald, zo meldt het persbureau Reuters. Acht van de negen rechters van het Hooggerechtshof menen dat de wet niet in strijd is met de vrijheid van meningsuiting die door de Amerikaanse grondwet wordt gegarandeerd.

De wet gaat nu terug naar een lager gerechtshof dat de wet opnieuw moet bestuderen. Tot die tijd is de wet niet van kracht.

De Child Online Protection Act (COPA) werd al in 1998 aangenomen door het Congres en ondertekend door de toenmalige president, Bill Clinton. Volgens de wet moeten beheerders van sekssites bezoekers om hun creditcardnummer vragen of op een andere manier vaststellen dat de bezoeker meerderjarig is.

Websitebeheerders die toch kinderen toelaten, overtreden de wet en kunnen bij de eerste overtreding al veroordeeld worden tot zes maanden celstraf en een boete van 50.000 dollar.

Onuitvoerbaar

De wet ligt al vanaf de aanname onder vuur van burgerrechtengroepen, zoals de American Civil Liberties Union (ACLU), en uitgevers. Deze organisaties en bedrijven menen dat de wet inbreuk maakt op het in de grondwet verankerde recht op vrijheid van meningsuiting.

De COPA wordt daarom tot nu toe niet gehandhaafd. Een federale rechter bepaalde al in 1998 dat de wet onuitvoerbaar was, omdat beheerders van websites geen goed middel tot hun beschikking hebben om te bepalen of een bezoeker al dan niet minderjarig is.

Een hof van beroep hield vast aan de uitspraak van de eerste rechter. Het beroepshof hekelde met name de te strikte definitie van 'schadelijke content', omdat die definitie gebaseerd was op de 'huidige standaarden van de gemeenschap'.

Tolerant

Rechter Clarence Thomas van het Hooggerechtshof meent echter dat gemeenschapsstandaarden wel degelijk kunnen worden toegepast. Ook bij eerdere wetten zouden dergelijke standaarden al met succes worden gebruikt.

De enige rechter van het Hooggerechtshof die vindt dat de COPA wel in strijd is met de grondwet, John Paul Stevens, vreest echter dat gemeenschapsstandaarden niet zullen werken op internet. Volgens hem betekent de wet de doodsteek voor de vrijheid van meningsuiting, omdat de minst tolerante gemeenschap zijn wil aan de rest van de internetgebruikers kan opleggen.