In een brief aan de Senaat somt Bush de voordelen van het verdrag op. "Het Cybercrimeverdrag ruimt de juridische obstakels op voor internationale samenwerking", aldus de Amerikaanse president. Die juridische obstakels zouden Amerikaans onderzoek naar computergerelateerde misdrijven nu nog kunnen vertragen of belemmeren. "Door het verdrag kunnen criminelen, waaronder terroristen, geen toevlucht meer zoeken tot 'veilige havens' van waaruit ze de Amerikaanse belangen kunnen beschadigen door gebruik te maken van buitenlandse computersystemen." "Tegelijkertijd bevat het verdrag waarborgen waardoor de burgerrechten en andere legitieme belangen worden beschermd", meent de Amerikaanse president. Met dat laatste zullen veel digitale-burgerrechtenorganisaties het niet eens zijn. Burgerrechtenorganisaties hebben vanaf het begin geageerd tegen de vergaande voorstellen die in het verdrag staan. Het cybercrimeverdrag zou leiden tot aantasting van de privacy en een inperking van de vrije stroom van informatie. Bovendien zouden politiediensten te veel bevoegdheden krijgen. De Raad van Europa nam het Cybercrimeverdrag al in 2001 aan. Het verdrag wordt pas van kracht als het door tenminste vijf landen is geratificeerd. Op dit moment hebben alleen Albanië, Kroatië en Estland dat gedaan.