Professor Talmadge Wright van de Loyola Universiteit Chicago in de Verenigde Staten, vindt dat multiplayer-shooters wel degelijk een positieve bijdrage leveren aan het leven van de gamer. Dat meldt het Engelse BBC News.

Hij bestudeerde samen met collega's gamers terwijl ze online Counter-Strike speelden door zelf mee te doen, maar ook door spelers te interviewen en de logs van chats tijdens het spelen te bekijken. Daaruit komt als belangrijkste conclusie naar voren dat het online spelen een positieve werking heeft op het sociale leven van de speler.

Hoewel de professor ontdekte dat schelden en seksistisch en homofobisch taalgebruik vooral onder tieners de boventoon voert tijdens het gamen, geeft hij aan dat het fout is om aan te nemen dat gamers daarmee daadwerkelijk haatdragende gevoelens uitdragen.

Volgens hem is het juist de vriendschappelijke sfeer die dergelijk taalgebruik stimuleert, omdat mensen tegenover vrienden nu eenmaal sneller geneigd zijn grof taalgebruik te gebruiken. Hij onderstreept echter dat humor de meest gebezigde emotie in de communicatie is.

Confronteren

Wright redeneert dat het vertrouwen en de samenwerking waarmee spelers van spellen als Counter-Strike te maken krijgen, een goede basis vormen voor sterke groepsbanden en vriendschappen. Het ontsnappen aan de werkelijkheid, waarbij de speler bepaalde angsten uit het dagelijks leven kan confronteren, zou een ander positief aspect aan computerspellen zijn.

Volgens het onderzoek van de professor worden veel negatieve uitkomsten van onderzoeken naar gamesgedrag veroorzaakt door een cultureel motief. Veel mensen beschouwen online gaming als hersenloos tijdverdrijf; in een samenleving waarin productiviteit als maatstaf wordt gezien zou het positieve effect van games te kort worden gedaan.