De managementsoftware van ProIT is vergelijkbaar met beheerproducten zoals Guardian van Argent en Microsoft Operation Manager. Toch is de basis nog steeds een framework waar je managementpacks aan toe voegt. Elk managementpakket controleert een specifieke applicatie of platform. De discovery functie van ProIT is de AutoMap Dependency-engine. Net als de discovery functie van Network Node Manager, wist de AutoMap van ProIT snel en accuraat de netwerkcomponenten te vinden en te identificeren. Bij het zoeken werden ook netwerkpaden en apparaatafhankelijkheden opgemerkt. ProIT omvat drie hoofdcomponenten: infrastructuurservicemanagement (ism), applicatieservicemanagement (asm) en bedrijfsservicemanagement (bsm). Ism bevat de belangrijkste management- en beheerprocessen van ProIT, waaronder AutoMap discovery, een notificatie-engine, een controle-engine, een kennisbank voor helpdeskondersteuning, operationele workflowondersteuning en basisrapporten met gegevens over prestaties en toepassingen. Asm richt zich op specifieke applicaties en is het belangrijkste interfacepunt voor de management-packs van ProIT. Asm brengt ook afhankelijkheden in kaart, beheert middelen en bereidt rapporten voor over de bedrijfsbeschikbaarheid. Bsm bevat dashboarddisplays die geïntegreerde bedrijfs- en managementinformatie weergeven. Bsm levert ook verslagen over applicatiedetails, serviceniveaumanagement en bedrijfs- versus netwerkintegratie, alsmede geconsolideerde systeemweergaves.

Interne of externe controle

Net als OpenView, heeft ProIT een interne monitor die ervoor zorgt dat het systeem functioneert. Als u zich inschrijft voor de optionele externe controle van PerformanceIT, zal de leverancier op afstand al uw ProIT vragen behandelen via het netwerkbesturingscentrum. Elk managementpack van ProIT controleert een applicatie, besturingssysteem of apparaat en wordt vooraf geconfigureerd met nauwkeurig gekozen kant-en-klare drempels. Wij waren met name enthousiast over de mogelijkheid om een management-pack en de bijbehorende drempels gelijktijdig en consistent te benutten voor een gehele groep apparaten en servers, zonder deze afzonderlijk te hoeven configureren. ProIT heeft management-packs voor verschillende besturingssystemen, waaronder Windows, HP-UX, Solaris, AIX, Digital Unix, Red Hat Linux, SuSE Linux, Debian Linux, Novell NetWare en OS/400. Apparaatondersteuning voor o.a. Cisco, HP, Foundry Networks, 3Com, Extreme Networks, Nortel, Enterasys, Alcatel, Lucent en Juniper. De management-packs van ProIT ondersteunen ook specifieke applicaties, waaronder Microsoft Exchange, SQL Server en Oracle. ProIT draait onder Windows 2000 en Windows 2003.

X geeft de plek aan

De webgebaseerde gebruikersinterface van ProIT bood vier soorten netwerkkaarten: X-type, waarbij de pictogrammen van het apparaat logisch zijn geordend in een X-vorm met gateway-apparaten in het midden; concentrisch, waarbij de apparaten zijn weergegeven in concentrische cirkels die stralen vanuit de centrale gateway; cirkelvormig, waarbij de apparaten zijn weergegeven in een enkele cirkel; en in tabelvorm, waarbij de apparaten zijn weergegeven in rijen en kolommen. ProIT toonde de richting van afhankelijkheden langs netwerkpaden en het maakte onderscheid tussen directe en secundaire afhankelijkheden door directe afhankelijkheden vet weer te geven en secondaire grijs. Naast de kaart gaf ProIT apparaten weer zonder duidelijke afhankelijkheden, waarbij wij moesten onderzoeken waarom het apparaat geen enkele afhankelijkheid leek te hebben. Net als de HP- en BMC-systemen bood ProIT informatie over de staat van het netwerk en over de status van het apparaat op zijn kaarten. Het klikken op een onderdeel van de kaart resulteerde in gedetailleerde gegevens en statusinformatie. De gebruikersinterface reageerde beter dan de Performance Manager, maar niet zo goed als de Home Base interface van HP. ProIT bevat verschillende vooraf geconfigureerde managementverslagen en ook sla-management, beschikbaarheidsmanagement, capaciteitsplanning en trendanalyses. De sla-verslagen waren bijzonder goed ontworpen met cijfers van de huidige en vorige periode (meestal een maand) voor het bepalen van historische trends. Andere rapporten bevatten cijfers over de productieve tijd van applicatie, server en netwerk, profielinformatie over het beheer van activa, eventlog-analyse, alarmgeschiedenis en gebruiksgegevens. PerformanceIT leverde zowel gedrukte als online documentatie. De software was eenvoudig te installeren en te gebruiken. Bron: Techworld