Op dit moment verstrekken de Nederlandse providers geen klantgegevens als opsporingsdiensten daar om vragen. Deze weigerachtigheid leidde de afgelopen maanden tot forse kritiek van achtereenvolgens het Openbaar Ministerie (OM) en Minister van Justitie Benk Korthals. Het OM en de minister verweten de providers onderzoek naar de verspreiding van kinderporno via internet te dwarsbomen. Een onderzoek naar 'meer dan tien' Nederlandse pedofielen zou volgens het OM in het honderd zijn gelopen door de weigering van de providers om gegevens van hun klanten te overleggen. De providers stellen daartegenover dat zij de informatie over hun klanten volgens de wet niet mogen verstrekken. Tot begin vorig jaar bestond er een werkafspraak tussen de providers en het OM, waarbij internetaanbieders gegevens verstrekten bij onderzoeken naar 'zware' misdrijven. Deze overeenkomst werd opgeschort, nadat een onbekende Nederlandse provider aansprakelijk werd gesteld voor het verstrekken van persoonsinformatie over een klant die werd verdacht van het verspreiden van kinderporno.

Privacywet

De Nederlandse Vereniging van Internetprovider ( NLIP) hoopt nu 'binnen enkele weken' opnieuw tot een werkafspraak te komen met het OM. Het zou daarbij opnieuw moeten gaan om een afspraak waarbij providers alleen informatie verstrekken over verdachten van misdrijven waar vier jaar of meer op staat. "Daarnaast is het voor ons van groot belang dat de providers worden gevrijwaard van de aansprakelijkheid voor de overtreding van de privacywetgeving", aldus directeur Hans Leemans van de NLIP. Voorstellen om het verstrekken van persoonsgegevens door providers wettelijk te regelen, moeten nog worden behandeld door de Tweede Kamer. De verwachting is dat dat pas in de volgende kabinetsperiode gebeurt.