Toegang tot internet is volgens de Nederlandse regering geen primaire levensbehoefte. Dat betekent dat de regering de regels voor het afsluiten van internet bij personen niet aan gaat scherpen. Dat vertelde minister Maxime Verhagen van Economische zaken in een reactie op vragen van de PvdA, zo staat in een nota over de telecomwet.

'Internet even belangrijk als elektriciteit'

De sociaal-democraten vroegen de minister of de regering van mening is dat internet in de huidige informatiemaatschappij van gelijke betekenis is als beschikbaarheid van elektriciteit. Daarnaast wilde de partij dat er voor de beschikbaarheid van internet gelijkaardige regels kwamen als over de beschikbaarheid van elektriciteit. Nederlanders kunnen namelijk bij wanbetaling niet zomaar worden afgesloten van het elektriciteitsnet.

De leden van de PvdA-fractie menen volgens de nota dat de overtuiging dat het internet open en vrij moet zijn, niet in goede verhouding staat tot de mogelijkheid voor internetaanbieders om bepaalde diensten en toepassingen te blokkeren. De partij wil dat daarom via de wet voorkomen. Ook D66 en GroenLinks zien internet volgens hun partijprogramma als grondrecht.

'Nieuwe wetgeving onwenselijk'

De minister vindt het niet wenselijk om internetproviders met behulp van de telecomwet te verbieden gebruikers af te sluiten als zij hun rekening niet betalen. Verhagen vindt internet weliswaar belangrijk, maar ziet het zeker niet als primaire levensbehoefte. Hij ziet internet als minder belangrijk voor het dagelijks functioneren dan bijvoorbeeld elektriciteit.

“Huishoudens en bedrijven kunnen immers niet goed functioneren zonder elektriciteit, omdat het zonder elektriciteit niet goed mogelijk is om te voorzien in primaire levensbehoeften zoals voedsel en warmte. Toegang tot internet is naar zijn aard geen primaire levensbehoefte en blijft ook mogelijk zonder een eigen aansluiting.

Daarom is het niet nodig om voor internet een uitzondering te maken op de algemene regel dat de levering direct kan worden gestaakt bij wanbetaling”, verduidelijkt de minister.

'Markt waarborgt open internet'

Verhagen denkt bovendien niet dat wetgeving nodig is om het internet open en vrij te houden. Hij stelt dat de wet al van aanbieders eist dat ze informatie over beperkingen in de toegang aan de regering verstrekken.

Volgens de CDA’er moet dat voldoende zijn om de internetproviders te controleren. Daarnaast zou de concurrerende markt in Nederland waarborg bieden voor een open en vrij internet.

Pop-up advertenties ook niet verboden

De Tweede Kamerfractie van de PVV vroeg tijdens dezelfde vergadering of er regelgeving zou kunnen komen om pop-up advertenties tegen te gaan. Ook reclameblokken voor video’s zouden ’de nek omgedraaid’ moeten worden volgens de PVV. Daarvoor zou nieuwe wetgeving gemaakt moeten worden.

Ook hier ziet de regering niets in. Zij redeneert dat zulke regelgeving niet nodig is omdat praktisch alle browsers momenteel al over een optie om pop-ups te blokkeren beschikken. Daarnaast stelt de regering dat er verschillende ad-blockers beschikbaar zijn waarmee gebruikers alle internetadvertenties kunnen blokkeren.