Webloggende journalisten, wetenschappers en academici, waar zijn ze te vinden? Waar onderhouden ze hun blogs? Ik ken slechts weinig webloggende profs. En van sommigen van hen heb ik al maanden niets meer gelezen. Niet elke prof hoeft van mij overigens een weblog te onderhouden. Dokters, artsen en tandartsen bijvoorbeeld hebben niets in blogosphere te zoeken. Die kunnen veel beter mijn hardnekkige pijntjes bestrijden en de wachtkamers zo leeg mogelijk houden. Medische weblogs behoren sowieso niet tot mijn favorieten. Maar het is waar. Zwaarvoetige weblogs: ze zijn zelfs met de lamp van Diogenes in klaar daglicht niet te vinden. De preken van weblogevangelist Adam Curry ten spijt. Curry slaagde erin om heel BNN en een handjevol politici aan het webloggen te krijgen, de intellectuele kathedralen kreeg hij niet van de grond. De export van privacytechnologie naar dictatoriale landen, ik noem maar iets, het interesseert vrijwel niemand een moer.

In Nederland roeleren de rare snuiters en oppervlakkige lezers in blogosphere. Toen in ons land een bibliothecaris het net op ging, bleek het Nico Dijkshoorn te zijn. En we weten allemaal wat daar van geworden is. Dijkshoorn werd dé relnicht op ons geïsoleerde internetje. Niet de boeken van Poesjkin hadden zijn belangstelling, wel de manier waarop Ron Brandsteder klaarkwam op de buik van Patty Brard. The Man With No Taste werd echter het lichtend voorbeeld van een hele schare bloggers en lezers.

Al moet ik natuurlijk niet gaan overdrijven. De kathedralen van de kennis, de sites waar je iets van opsteekt: ze zijn er wel degelijk. Het Noorderlog van de VPRO heeft wel iets weg van een kathedraal. Noorderlog is populaire wetenschap in een notendop. Altijd leeswaardig, nooit saai. De link naar de midi-files met mottenmuziek werd me zomaar in de schoot geworpen. Een wonder der natuur, die motten, als u het mij vraagt! Volkslog is een kathedraaltje onder de nieuwslogs. De bijdragen van journalist Mark Deuze lees ik altijd graag. Op Volkslog had ik een discussie over de globalisering van het nieuws en de romantiek van de straathoek willen uitlokken, maar reacties worden hier vooralsnog niet gewaardeerd. En dat is dan weer jammer, want ik ben een man van interactie.

Op Engelstalige weblogs kom ik veel meer Mark Deuzes tegen. Kritische, onafhankelijke geesten die echt iets zinnigs te melden hebben. Niet dat ik wil dat de Mark Deuzes het voor het zeggen krijgen op het net. Als het internet alleen maar uit kathedralen van kennis en informatieoverdracht zou bestaan, zou het leven online ook maar vervelend worden. Rare snuiters moeten er eveneens zijn. Op Sargasso komen ook rare snuiters, maar de links naar gouden onderstellen, de spuitfonteinen van Rikman en de onthoofdingsfilmpjes zijn hier vrijwel afwezig. Rare snuiters met inhoud, die bestaan ook! Voor sommige rare snuiters heb ik bovendien een mateloos respect. Reet van Retecool bijvoorbeeld, van wie ik ooit dacht dat het een ongelooflijk verwende etterbak met een grote smoel was. Totdat ik hem in het echt tegenkwam. Een mens kan zich lelijk vergissen, want zelden ontmoette ik zo'n aaibare jongen.

Over Reet zou ik, als ik wat meer tijd had gehad, een kinderboek kunnen schrijven: Reet en het geheim van de Braat-O-lizer. Een klein rond mannetje met een grote gele R van Reet op zijn borst vecht tegen de boze virtuele buitenwereld, gevuld met spamrunduivels, viagrareuzen en joe-jobtovenaars. Reet voert een strijd op leven en dood. Hij ontvangt dreigbrief na dreigbrief in grote perkamenten enveloppen die hij allemaal openscheurt. Maar 's avonds, als de rust weer is teruggekeerd, kruipt hij terug in zijn veilige, spamvrije wereld in een kast onder de trap.

In de vijf jaar dat Retecool bestaat, heb ik zelden aan Reets motieven getwijfeld. Reet is Reet, een digitale rebel die zich verzet tegen elke vorm van namaak, dubieuze hostingbedrijven en viagrahandelaren. Reet doet bovendien wat de politiek al jarenlang nalaat: spam aanpakken. Wie ongevraagd spam toestuurt, dient gestraft te worden, desnoods via de omstreden Braatolizer. Van mij mag Reet ook nog jaren voor eigen rechter spelen, zolang hij zich maar openlijk op WebWereld voor zijn daden blijft verantwoorden. Iets wat hij trouwens altijd heeft gedaan.

Eigenlijk bestaat er ook nergens op het internet een website, waarop frustratie kan worden omgevormd tot actie met behulp van een strijdvaardig stukje javascript. Wat dat betreft ben ik ook weer blij met ons geïsoleerde internetje. Ergens zijn we toch uniek.