Het niet kunnen en willen leveren van spullen terwijl daarvoor wel is betaald, is op zich niet strafbaar als oplichting. Dat heeft de meervoudige kamer van de Haarlemse rechtbank geoordeeld. Een man uit Beverwijk reageerde via Marktplaats op advertenties waarin mensen vroegen naar een bepaald boek of cd. Daarbij meldde hij dat boek te kunnen leveren, maar hij eiste wel vooruit betaling. Na die betaling weigerde hij te leveren.

In totaal ging het zeker om 21 slachtoffers, die ieder voor 15 tot 55 euro het schip in gingen. Justitie had de man voor de rechtbank gehaald onder beschuldiging van oplichting, maar de rechters oordeelden anders. Wel werd bewezen geacht dat de man met voorbedachten rade niet van plan was te leveren terwijl daarvoor wel was betaald, maar volgens de rechters is dat geen oplichting, maar eerder een wanprestatie. Daardoor is de man niet in overtreding volgens het wetboek van Strafrecht, maar moet hij civielrechtelijk worden aangepakt.

Man gebruikte eigen naam en bankrekening

De rechters kwamen onder meer tot deze conclusie doordat de man zijn eigen naam en die van zijn vriendin gebruikte, eigen e-mailadressen gebruikte en ook het geld liet overmaken naar zijn eigen bankrekening of die van zijn vriendin, die overigens met naam en toenaam in het vonnis wordt genoemd in tegenstelling tot de verdachte zelf.

De officier van Justitie, die een werkstraf van 180 dagen eiste, of 90 dagen vervangende celstraf eiste, vond ook dat de man door het gebruik van de naam van zijn vriendin, een valse naam had opgegeven, een van de vereisten voor een vervolging als oplichter. De rechters veegden dat van tafel. Ook de beschuldiging van witwassen klopte volgens de rechtbank niet, omdat niet kon worden bewezen dat het geld dat de man kreeg, uit criminele activiteiten afkomstig was.

De slachtoffers hadden allen een eis tot schadevergoeding ingediend. Omdat de man werd vrijgesproken, zijn ook de eisen van de slachtoffers afgewezen.