Dat heeft een federale Amerikaanse rechter bepaald in een rechtszaak die verschillende media – waaronder de kranten The Washington Post en The New York Times – tegen het bedrijf hadden aangespannen, zo meldt CNet. Gator maakt software die wachtwoorden beheert en invulschermen automatisch invult. Daarnaast krijgen gebruikers van het programma tijdens het surfen pop-ups met reclame op hun scherm. De pop-ups worden niet zelden over andere advertenties 'geplakt'. Het programma houdt het surfgedrag van de gebruikers in de gaten. Zo kan het gebeuren dat bezoekers van de Toyota-site een advertentie voor Ford voorgeschoteld krijgen. Diverse kranten- en nieuwssites zijn niet te spreken over de handelswijze van Gator. Volgens hen maakt het bedrijf inbreuk op hun auteurs- en merkenrechten. Gator zou 'parasiteren op het harde werk en investeringen' van de getroffen media. Gator belooft geïnteresseerde bedrijven advertentieruimte op de sites van onder meer The New York Times. Veel gebruikers downloaden de Gator-software zonder dat ze het doorhebben. Het programma wordt tegen betaling meegeleverd met andere software, zoals de uitwisseldienst KaZaA. De federale rechter heeft nog geen definitieve uitspraak gedaan in de zaak van de mediasites tegen Gator. Begin augustus zal de rechter een tijdsschema voor de rechtszaak bekendmaken. Die zaak moet voor het eind van het jaar plaatsvinden.