Google-dochter Motorola leidt een gevoelig en principieel verlies in de strijd over de waarde van zijn standaardessentiële patenten op de videocodec H.264 en WiFi-technologie. Motorola eiste va Microsoft royalties van 2,25 procent van het eindproduct, wat al snel neerkomt op 10 dollar of meer per device, bijvoorbeeld de Xbox. Dat zou al met al neerkomen op zo’n 4 miljard per jaar die Microsoft aan Motorola zou moeten betalen.

Geen 4 miljard maar 1,8 miljoen

De Amerikaanse rechter oordeelt dat deze bedragen absurd hoog zijn en berekent zelf een royaltytarief dat vlakbij het voorgestelde bedrag van Microsoft zit. Motorola mag voor zijn hele portfolio H.264-patenten een halve cent aan royalty vragen per device. En 3,4 cent per device voor zijn WiFi-patenten. Dit komt bij elkaar opgeteld neer op 1,8 miljoen dollar per jaar, meldt de IDG Nieuwsdienst.

Het gaat om zogenaamde standaardessentiële patenten waarvan de houder belooft ze onder eerlijke en redelijke voorwaarden aan een ieder in licentie te geven, de zogenaamde FRAND of RAND-voorwaarden. Echter, er is niemand die objectief vast kan stellen wat redelijk is. En dus kibbelen techreuzen als Microsoft, Motorola, Samsung en Apple al jarenlang met elkaar voor de rechter.

Gekibbel over FRAND

Daarbij is het ook de vraag of eigenaren van FRAND-patenten een verkoopverbod van rivaliserende producten mag eisen. Dit zou machtsmisbruik zijn, en daarom doet Europa en Amerika antitrustonderzoek naar Samsung en Motorola. Onder druk van de FTC beloofde Google in januari dat het geen verkoopverbod van producten van rivalen meer zal eisen op basis van de essentiële patenten van Motorola.

Nu is er een nieuwe tegenslag: de cruciale patenten blijken weinig waard. Google betaalde 12,5 miljard dollar voor Motorola met als een van de belangrijkste doelen het verkrijgen van een enorm patentportfolio.