Dat bleek dinsdagochtend tijdens het kort geding dat Versatel (de huidige eigenaar van Vuurwerk) tegen de inmiddels bij Vuurwerk vertrokken oprichters had aangespannen. In een eerdere rechtszaak over hetzelfde geschil was een andere rechter al tot dezelfde conclusie gekomen. De juridisch adviseur van Versatel had begin 2001 in een brief laten weten dat het non-concurrentiebeding voor de oprichters van Vuurwerk - Roger Heykoop en Bo de Visser - kwam te vervallen. In plaats daarvan kwam een zogeheten `right of first refusal': Heykoop en De Visser moeten hun nieuwe producten eerst aan Versatel aanbieden, voordat ze er zelf mee aan de slag mogen. De rechter bepaalde eind 2001 dat Heykoop en De Visser daarom niet langer aan het non-concurrentiebeding zijn geboden. Volgens Versatel was de uitspraak van eind 2001 echter voor tweeërlei uitleg vatbaar. Versatel meende dat de oprichters van Vuurwerk nog wél zijn gebonden aan het non-concurrentiebeding, waardoor zij geen diensten of producten op de markt mogen brengen waarmee ze met Vuurwerk concurreren.

De wet is de wet

Al tijdens de zitting maakte de rechter gehakt van de argumenten van Versatel. "Zoals ik het vorige vonnis gelezen heb, is Interlab (het bedrijf van Heykoop en De Visser, MR) niet langer gebonden aan het non-concurrentiebeding. Die uitspraak is niet voor tweeërlei uitleg vatbaar." Ook het verhaal van de advocate van Versatel dat het nooit de bedoeling van Versatel kan zijn geweest om af te zien van het non-concurrentiebeding, was niet aan de rechter besteed. "Als u het niet eens bent met het vorige vonnis, had u in hoger beroep moeten gaan. Dat hebt u niet gedaan en dus is de vraag over het non-concurrentiebeding voor deze zaak een gepasseerd station. Ik ga de beslissing van de president niet overdoen. Dat mag ik ook niet, want de wet is de wet."

Twee smaken

Na de zoveelste poging van de advocate van Versatel om de rechter ervan te overtuigen dat Heykoop en De Visser niet met Vuurwerk mogen concurreren, raakte de rechter zelfs enigszins geïrriteerd. "Daar gaan we weer… Dit verhindert elke vorm van communicatie. U moet die knop eens omzetten: Interlab mag met u concurreren." "Ik begrijp het probleem van Versatel wel", aldus de rechter. "U hebt beslissingen genomen waarvan u later spijt hebt gekregen. Maar nu moet u de consequenties daarvan accepteren. Die consequenties zijn dat u nu de keuze hebt uit twee smaken: of u accepteert het vonnis of u begint een bodemprocedure."

Tien seconden

Marketing director Paul Hissink van Vuurwerk gaf na afloop toe dat het een verloren zaak is voor Versatel. "Al na tien seconden werd duidelijk hoe de vlag er bij hing. Als de rechter, voordat we goed en wel begonnen zijn, de mening al gevormd heeft, dan houdt het natuurlijk op. Als het vonnis in die eerdere zaak zo helder zou zijn, hadden wij natuurlijk nooit geprocedeerd." Versatel denkt nog na over de mogelijkheid om een bodemprocedure aan te spannen tegen Heykoop en De Visser. Veel zal Versatel daar niet aan hebben: een dergelijke procedure duurt jaren. Op het moment dat er een definitief oordeel ligt, is de periode waarvoor het non-concurrentiebeding geldt, al verstreken. Hissink: "We voelen ons behoorlijk in ons rechtsgevoel aangetast. We hebben Interlab in het verleden een vinger willen geven, door de deur te openen voor nadere samenwerking. Vervolgens hebben ze onze hele hand gegrepen." Update, 10/4 14.20 uur: De reactie van Paul Hissink is aangevuld.