Nederland moet zich in Europa hard maken voor toetsing van de rechter voorafgaand aan het aftappen van sociale media en ander internetgebruik door opsporingsdiensten. Op dit moment onderhandelen de lidstaten van de Europese Unie over de totstandkoming van de Richtlijn Europees Onderzoeksbevel, dat regelt op welke manier opsporingsdiensten in Europa bewijsmateriaal mogen verzamelen van verdachten.

Die nieuwe richtlijn gaat, zoals het er nu uitziet, veel verder dan eerdere regelgeving en geeft opsporingsdiensten meer mogelijkheden om Europese burgers ook op het internet te volgen. Het aftappen van telefoongesprekken valt ook onder die nieuwe regelgeving.

Maar gisteren heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen van GroenLinks-kamerlid Arjan el Fassed die de Nederlandse onderhandelaars verplicht zich hard te maken voor gerechtelijke toetsing vooraf. Als dat niet in de nieuwe richtlijn wordt opgenomen, zal Nederland dat nieuwe akkoord niet ondertekenen.

Van over de grens meegluren met Nederlanders

De nieuwe richtlijn geeft ook opsporingsdiensten van andere lidstaten het recht om taps te leggen op het gebruik van sociale media door Nederlanders. Zonder toetsing van de onafhankelijke rechter zouden dergelijke taps plaats kunnen hebben zonder dat daar vooraf van wordt bekeken of een dergelijke tap rechtmatig is volgens de wet en wel proportioneel (dus in overeenstemming met de zwaarte van het te onderzoeken misdrijf) genoeg is.

De Tweede Kamer is al langer bezig met het in kaart brengen van het aftappen van sociale media, maar wordt daar in Nederland gestuit door de onwil van het Kabinet om daar openheid over te geven. Staatssecretaris Fred Teeven gaf afgelopen maandag nog voor de derde maal geen cijfers over het aftappen van sociale media door Nederlandse opsporingsdiensten. Volgens Teeven is het bekendmaken van de cijfers niet in het belang van de staat.