De rechter bepaalde dinsdag dat de stemming op de aandeelhoudersvergadering van Hewlett-Packard geheel volgens de regels was verlopen. Daarmee verwierp hij de bezwaren van Walter Hewlett, zoon van één van de oprichters van HP. Op 19 maart stemden de aandeelhouders van HP met een nipte meerderheid vóór de fusie met Compaq. Volgens Hewlett zou de directie van HP de aandeelhouders daarbij hebben bedrogen over de financiële vooruitzichten van het bedrijf. Daarnaast zou de directie de stemmen van een belangrijke aandeelhouder, Deutsche Bank, hebben gekocht. Deutsche Bank stemde met 17 miljoen van zijn 25 miljoen aandelen vóór de fusie, terwijl de zakenbank eerder had aangekondigd tegen de fusie te stemmen. HP zou Deutsche Bank hebben laten weten dat de 'toekomstige zakenrelatie met HP in gevaar zou komen' als de bank niet voor zou stemmen. Hewlett, die vorige week uit de raad van bestuur werd gezet, legt zich bij de uitspraak van de rechter neer. Hij zal niet in hoger beroep gaan. "Ik zal nu al het mogelijke doen om de fusie tussen HP en Compaq tot een goed eind te brengen. Andere tegenstanders van de deal zal ik aanraden om hetzelfde te doen", aldus Hewlett na het bekend worden van de uitspraak. Hiermee lijkt niets de fusie tussen HP en Compaq in de weg staan. Alleen een onderzoek van de Amerikaanse beurswaakhond SEC en een openbaar aanklager kan nog roet in het eten gooien. Analisten verwachten echter niet dat dat gebeurt. Waarschijnlijk zullen de SEC en de openbaar aanklager zich door de uitkomst van de rechtszaak laten beïnvloeden en hun onderzoek afblazen.