Rechter Ann Aiken stelde dat het beschikbaar stellen van muziek via een p2p-applicatie zoals Kazaa gelijk is aan distributie van de muziek en dus een gegronde basis is van schending van het auteursrecht.

Dave Perez werd herkend als muziekaanbieder aan de hand van zijn internet provider. De Kazaa-gebruiker maakte zijn muziekbestanden beschikbaar via zijn shared folder binnen de Kazaa-omgeving.

Perez en verschillende andere muziekaanbieders gebruiken ter verdediging ook wel de vergelijking met bibliotheken. Aangezien bibliotheken ook instellingen zijn die werken aanbieden die auteursrechtelijk beschermd zijn. De bibliotheken zelf zijn echter niet verantwoordelijk voor wat de leners doen met de werken. Voor bibliotheken bestaat echter aparte regelgeving.

Aiken schreef in het vonnis: "De aanklager moet twee dingen laten zien: eigendomsrecht aantonen en bewijzen dat de aangeklaagde partij tenminste een exclusief recht van copyright-houders geschonden heeft." De rechter oordeelde vervolgens dat het aanbieden van muziek aan het tweede voldeed.

Dit is de eerste zaak waarin het hebben van een shared folder strafbaar gesteld wordt. De rechter heeft ook een verzoek tot kostenvergoeding voor de advocaat van Perez afgewezen. Drie kinderen van Perez, die toegegeven hebben gebruik te maken van Kazaa, zijn in de originele rechtszaak toegevoegd als gedaagden.