Als een organisatie het toestaat dat werknemers via een radio of een iPod naar muziek luisteren, dan is er sprake van openbaarmaking van die muziek en moeten rechten worden afgedragen aan Buma/Stemra. Dat blijkt uit het opmerkelijk vonnis dat deze week is gepubliceerd, maar reeds in december 2008 is uitgesproken.

Het plaatbewerkingsbedrijf Suplacon was door Buma/Stemra voor de rechter gesleept omdat het geen vergoeding betaalde voor de muziek die werd afgespeeld op de werkvloer. Suplacon stelde dat medewerkers naar muziek mogen luisteren, maar dat het niet weet of de radio's die aanstaan zelf zijn geplaatst of door werknemers zijn meegenomen. Omdat niet iedereen van dezelfde muziek houdt, zijn er medewerkers die via een i-Pod of via hun telefoon naar muziek luisteren.

Toestaan is openbaarmaken

De rechter concludeert hieruit dat er met het toestaan van de radio's en iPods sprake is van openbaarmaking. "De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit het feit dat medewerkers van Suplacon tijdens werktijd naar muziek mogen luisteren, zelfs middels een i-Pod of mobiele telefoon, volgt dat Suplacon een bedrijfsbelang heeft dat zijn medewerkers naar muziek kunnen luisteren. Immers, tevreden werknemers werken harder. Er is dan ook sprake van een openbaarmaking van muziek in de zin van artikel 12 van de Auteurswet. Suplacon maakt inbreuk op de door Buma geëxploiteerde auteursrechten en handelt dus onrechtmatig jegens haar," aldus de Zwolse rechtbank.

Juristen zijn verbijsterd over het vonnis, 'dat het openbaarmakings-begrip zover oprekt dat het breekt', blogt bijvoorbeeld Lex Bruinhof, advocaat bij Wieringa. Ook volgens Christiaan Alberdingk Thijm, advocaat bij SOLV, is het vonnis niet in de haak. Hij refereert evenals Bruinhof aan het arrest van de Hoge Raad uit 1979. Toen oordeelde het hoogste rechtscollege dat als een werknemer zelf een radio meebrengt er op het werk naar luistert de werkgever deze muziek niet openbaar maakt.

iPod sowieso niet

Maar nog veel opmerkelijker is het feit dat ook het toestaan van het luisteren naar een iPod volgens de rechter kwalificeert als openbaarmaking. "Dit is niet goed, als ik de feiten goed begrijp. Het luisteren naar een iPod is sowieso geen openbaarmaking. De luisteraar maakt in dit geval niet openbaar, en al helemaal niet de werkgever." De gebruikers kiest immers zelf welke muziek hij of zij luistert of misschien helemaal geen muziek, maar luisterboeken. Volgens Alberdingk Thijm zou de vlieger van openbaarmaking daarom zelfs niet opgaan als een werkgever zijn personeel zelf iPods zou geven.

ICT-jurist Arnoud Engelfriet is nog stelliger en noemt het vonnis 'fout en onbegrijpelijk'. "Het idee is dat een werkgever moet betalen als je muziek openbaar maakt voor je werknemers. Maar hier nemen de werknemers hun eigen muziek mee. Alleen omdat je daar als werkgever profijt van zou hebben, omdat de werknemers harder werken, zou er daarom sprake zijn van openbaarmaking. Dat is gewoon in strijd bestaande jurisprudentie. Onbegrijpelijk hoe de rechter tot dit vonnis komt."

Te laat voor beroep

Engelfriet: "Dit vonnis zal in hoger beroep gelukkig geen stand houden, zodat we het zo snel mogelijk kunnen vergeten." Maar daarvoor is het te laat, aangezien het vonnis is uitgesproken op 12 december 2008 en de termijn om in beroep te gaan bij een kort geding slechts één maand is, bevestigt Engelfriet later desgevraagd.

De directeur van Suplacon, Jellard Koers, die zelf de verdediging in het geding voerde, was niet bereikbaar voor commentaar. Buma/Stemra was eveneens onbereikbaar voor commentaar op de zaak.