Het betrof een schikking tussen Microsoft en een groot aantal private partijen. In navolging van de Amerikaanse overheid hadden de private partijen een rechtszaak aangespannen tegen de softwarereus die zij verwijten misbruik te maken van zijn monopoliepositie. Door zijn monopoliepositie kon Microsoft consumenten jarenlang `dwingen' om te veel te betalen voor Microsoft-software. Omdat het onmogelijk is om geld terug te geven aan alle consumenten die te veel hebben betaald voor Windows of Office, waren Microsoft en de private partijen een schikking overeengekomen waarbij het softwarebedrijf computers en software ter waarde van 1 miljard dollar aan de armste scholen van de Verenigde Staten zou geven. Deze overeenkomst lokte veel kritiek uit. Onder de overeenkomst zou Microsoft ongeveer een half miljard dollar gebruiken om software te installeren op de computers die voor de scholen bedoeld zijn. Het zou daarbij voornamelijk gaan om software van Microsoft zelf. Daardoor zou het bedrijf zijn monopoliepositie alleen nog maar verder kunnen uitbreiden, meenden criticasters. Apple bijvoorbeeld, traditioneel marktleider in de Amerikaanse onderwijsmarkt, liet weten `verbijsterd' te zijn over de schikking. De federale rechter, J. Frederick Motz, is het met de concurrenten van Microsoft eens. "Op het eerste gezicht lijkt het voorstel misschien platformneutraal", aldus Motz. "Maar de vraag is gerechtvaardigd of het voorstel niet een manier is om kinderen vanaf de crèche tot en met de middelbare school met Microsoft-software te overspoelen." Daarnaast oordeelde Motz dat het geldbedrag Microsoft uittrekt voor de computerbenodigdheden, te laag is. Bij de rechtszaak betrokken private partijen uit Californië stellen dat al langer. Volgens hun berekeningen is Microsoft alleen al aan de eisers in Californië 9,1 miljard dollar schuldig. In totaal zou het softwarebedrijf 30 miljard dollar moeten terugbetalen. Microsoft moet nu opnieuw met de eisers om tafel gaan zitten voor een nieuwe schikking.