Door de Child Online Protection Act (COPA) die dergelijke directe toegang tot pornografische sites regelt, zou de vrijheid van internetgebruikers te veel worden beperkt De COPA verbiedt `alle communicatie met commerciële doeleinden waarin expliciet seksueel materiaal voor komt dat schadelijk is voor minderjarigen'. Als de maker daarbij geen poging doet om kinderen via een soort tussenstap van de content te weren, kan hij een boete krijgen van 50.000 dollar of een celstraf van zes maanden plus een schadevergoeding. De COPA werd in 1999 bedacht en ingevoerd. Het hof van beroep dat nu een uitspraak over de wet heeft gedaan, veegde de COPA al eerder van tafel. Het hooggerechtshof draaide die uitspraak in mei 2002 weer terug. Volgens het hof van beroep is de COPA in strijd met het eerste amendement van Amerikaanse grondwet (vrijheid van meningsuiting). Wie onder de volgens de COPA-wetgeving `verboden' sites wil bezoeken zou allerlei gegevens moeten verschaffen waarmee hij aantoont dat hij een volwassene is en dus toegang. Dat kan door bijvoorbeeld te vragen naar creditcardgegevens. De rechter vreest echter dat hierdoor mensen dergelijke sites zullen weren uit angst om persoonsgegevens bloot te geven. En daarmee wordt de vrijheid van de internetters te veel beteugeld, vindt de rechter. De aanklachten tegen de COPA zijn ingediend door onder meer de American Booksellers Foundation for Free Expression en de Internet Content Coalition. Eerder deze week stond het gebruik van internetfilters in bibliotheken ter discussie. De wet die het gebruik van filters voorschrijft zou eveneens in strijd zijn met de vrijheid van Amerikaanse burgers.