De zogenoemde class action-zaak (een groepsrechtszaak namens een groot aantal consumenten) is aangespannen door Harnes Keller, een advocatenkantoor in New York. De zaak is neergelegd bij drie lokale Amerikaanse rechtbanken. De beschuldiging aan het adres van Epson luidt dat deze fabrikant bij sommige van zijn inkjetprinters een technologie gebruikt die de apparaten niet meer laat printen, ook al bevindt zich nog een `substantiële' hoeveelheid inkt in de cartridges. In juli van dit jaar kwam Epson in ons land ook al negatief in het nieuws vanwege deze technologie. De Consumentenbond beschuldigde de firma van `slinkse praktijken' met als doel meer inkt te kunnen verkopen. Later moest de bond zijn negatieve koopadvies intrekken. Na overleg met Epson trok de bond het boetekleed aan en gaf toe fouten te hebben gemaakt. Epson stelt, ook nu weer, dat de gebruikte technologie noodzakelijk is om zijn printers te beschermen tegen onzorgvuldig gebruik. Op deze manier zou namelijk de printkop worden beschermd. De in de aanklacht geciteerde onderzoeken maken melding van het achterblijven van maar liefst 38 procent van de oorspronkelijke hoeveelheid inkt nadat de printer weigert verdere pagina's af te drukken.