In het gerechtelijk steekspel dat zich twee weken geleden begon te ontspinnen na een aanklacht van Sun Microsystems heeft Microsoft teruggeslagen met een eigen gang naar de rechter. In 35 kantjes juristenproza laat de softwaregigant weten dat de populaire programmeertaal van Sun niet voldoet. De belofte 'Eén keer schrijven, overal gebruiken' (de platform-onafhankelijkheid van Java) wordt niet waargemaakt, aldus Microsoft. En daarmee bedriegt Sun de licentiehouders voor Java en dus ook Microsoft, aldus de aanklacht. Sun zegt in de processtukken van 7 oktober dat juist Microsoft niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan het gebruik van Java-technologie in andere producten. De toepassing van Java in de laatste versie van de Internet Explorer (4.0) schiet op twee wezenlijke punten tekort, aldus Sun, waardoor de browser niet op alle besturingssystemen te gebruiken is. En dat heeft weer tot gevolg dat ontwikkelaars die applets schrijven die onder IE 4.0 draaien zullen merken dat die mini-applicaties op een ander OS niet zullen werken. Microsoft ontkent dat en heeft meer ijzers in het vuur. Volgens de licentie-overeenkomst die in maart 1996 werd getekend staat dat Sun zijn testprogrammatuur voor Java Virtual Machines openbaar zou maken, maar dat is volgens de softwaregigant nooit gebeurd. Ook moeten upgrades van Java voor ontwikkelaars compatibel zijn met voorgaande versies, maar de meest recente (de Java Development Kit 1.1) was dat niet, aldus Microsoft. Ook stelt Microsoft dat de licentie voor Java nergens voorschrijft dat het bedrijf geen eigen technologieën mag ontwikkelen, zoals nu voor de Internet Explorer is gedaan.