Begin dit jaar kwamen de Amerikaanse provider Verizon en de muziekindustrie – vertegenwoordigd door de RIAA – lijnrecht tegenover elkaar te staan. De RIAA dwong bij de rechter af dat Verizon de identiteit van een fanatieke KaZaA-gebruiker moest prijsgeven.

De rechter gaf de muziekindustrie gelijk, waarop de provider in beroep ging. De identiteit is nog steeds niet bekend bij de RIAA. Verizon is van mening dat de uitspraak van de rechter rampzalige gevolgen heeft voor zowel providers als (de privacy van) internetters. Diverse privacygroeperingen hebben zich inmiddels achter de provider geschaard.

Van Justitie hoeft Verizon echter geen steun te verwachten, zo is vrijdag gebleken. Volgens het ministerie is de copyrightwetgeving - die door de platenbranche wordt gebruikt om de identiteit van muziekuitwisselaars de achterhalen - niet in strijd met de Amerikaanse grondwet. Hierin is onder meer de vrijheid van meningsuiting opgenomen.

Justitie is van mening dat de copyrightwetten niet strijdig zijn met het recht op vrijheid van meningsuiting omdat het hier alleen gaat om mensen die auteursrechten schenden. Verizon betoogde al eerder dat deze redenering niet opgaat. Als de rechter de RIAA in het gelijk stelt, dan kan in de toekomst de identiteit van iedere willekeurige gebruiker worden achterhaald met als argumentatie een vermeend schenden van copyrights.

De federale rechter moet nog uitspraak doen in de zaak.