Dat is in essentie het advies van de advocaat-generaal Yves Bot van het Europese Hof van Justitie in een zaak die door softwarebedrijf SAS Institute is aangespannen tegen het Britse bedrijf World Programming.

De zaak dient al enige jaren voor een Britse rechtbank. Die Britse rechter kwam er in deze zaak niet geheel uit omdat hij niet precies wist hoe hij de Europese Softwarerichtlijn moest interpreteren. Hij vroeg het Europese Hof om advies, en het Hof neemt vrijwel altijd het advies van de advocaat-generaal over.

Gebruiken van programmeertaal

De zaak draait om het gebruiken van een programmeertaal van SAS Institute door het bedrijf World Programming. De laatste schreef software die het mogelijk maakt andere programma's, geschreven in de door SAS ontwikkelde programmeertaal, op te starten of functies daarin aan te roepen. Maar dat is door SAS juist verboden. Om gebruik te maken van de programmeertaal of de broncode van SAS, moet er een licentie worden gekocht.

Maar World Programming ontwikkelde het product WPS, dat veel van de functionaliteiten van SAS-softwarecomponenten kan emuleren. Daardoor konden klanten veel applicaties die geschreven waren om om te gaan met SAS-producten, laten draaien op WPS. Ook kon data die voorheen alleen kon worden uitgelezen door SAS-analyseproducten, nu worden geladen in WPS. Dat scheelde dure licenties en World Programming werd zo een concurrent van SAS.

Broncode gestolen?

Volgens SAS heeft World Programming echter de broncode gekopieerd van SAS en daarmee het copyright geschonden. Maar dat wordt door World Programming ontkend. De Britse rechter bleef in de zaak tussen beide partijen nog met wat vragen zitten en zocht daarop antwoorden van het Europese Hof. Nu, meer dan een jaar later, is het eerste advies daar.

“De functionele elementen van software zijn niet beschermd, zegt de advocaat-generaal", becommentarieert jurist Arnoud Engelfriet van ICT Recht het advies. “Dat is op zich geen verrassend uitgangspunt. Je kunt geen bescherming claimen op functies, maar alleen op jouw manier van implementeren, jouw broncode dus."

Reverse engineeren

Engelfriet zegt dat de wettelijke uitzondering op interoperabiliteit met zich meebrengt dat je de broncode mag reconstrueren (reverse engineeren) als dat noodzakelijk is om je eigen programma te laten samenwerken met het andere programma. “Auteursrecht op de broncode blijft gelden maar dit is een wettelijke uitzondering, zeg maar een soort van citaatrecht bij teksten."

Wat wel nieuw is aan de uitlatingen van de advocaat-generaal is dat het zo duidelijk is geformuleerd, zegt Engelfriet. “Je mag reverse engineeren om een eigen programma interoperabel te krijgen. En dat je dan de broncodes van het programma nodig hebt en dus mág gebruiken, lijkt me logisch. Het is wel goed dat hiermee ook het contractuele reverse engineering-verbod van tafel is, mits het Hof dit advies overneemt natuurlijk."

Als het Hof het advies van de advocaat generaal overneemt, gaat dat advies weer naar de Britse rechter die om een oordeel vroeg. Die zal dat weer gebruiken om in de eigen rechtszaak tussen SAS Institute en World Programming tot een oordeel te komen.