Hillenaar weet dat hij op 1 januari 2009 geen eenvoudig speelveld betreedt. Als eerste cio van het Rijk moet hij de automatisering van de centrale overheid in het gareel krijgen. Dit is het eerste deel van een tweeluik over de it-manager van het Rijk.

Ieder departement vaart zijn eigen koers, projecten lopen zo uit de hand dat zelfs de Algemene Rekenkamer besluit naar de problemen te kijken en de beveiliging is van wisselend niveau. Hillenaars functie mag dan bijzonder zijn, maar de buitenwacht denkt bij overheid en ict eerder aan amateurisme dan aan een partij om met een gerust hart data aan te verstrekken. Aan hem de vraag van de BV Nederland of hij het tij kan keren.

Nieuwe spelregels

Hillenaar gaat de uitdaging aan en ontpopt zich duidelijk als een bedachtzaam en vooral een daadkrachtig manager. Meteen is duidelijk dat er een nieuwe wind waait. Bij het overleg van de cio's van ministeries wordt meteen een nieuwe spelregel gehanteerd: ze komen zelf of sturen hun officiële plaatsvervanger. Anderen komen er niet in. “Je ziet dat de cio’s er nu zelfs af en toe voor kiezen hun collega-cio hun inbreng te laten verzorgen”, vertelt hij Webwereld. En dan kan het voorkomen dat er 10 mensen aan tafel zitten en toch alle 13 departementen vertegenwoordigd zijn. “Toch vinden de cio’s het belangrijk in persoon aanwezig te zijn, want we proberen in de vergaderingen wel veel te bereiken.”

Dat streven voor de cio-vergaderingen komt mede voort uit de nieuwe aanpak. Voor de negen belangrijkste gebieden, zoals bijvoorbeeld beveiliging en de informatiehuishouding (digitalisering documenten en archieven) wordt in groepen gewerkt. Daar werken maximaal 6 tot 8 departementen samen, onder leiding van één departementale cio. “Er zijn dus altijd onderwerpen die je uit handen moet geven. Daarvoor moet je dan ook je collega’s vertrouwen”, vertelt hij. “Ondertussen zijn er dus andere onderwerpen waar je veel invloed op kunt uitoefenen. Natuurlijk komen de onderwerpen ter toetsing terug in de vergadering van cio’s, maar dan is het echte werk al gedaan”.

Geen stammenstrijd

De aanpak is duidelijk nieuw voor het Rijk, omdat er geen ruimte is voor eigen koninkrijkjes. In plaats daarvan wordt er bewust en actief gestuurd op samenwerking. Hillenaar gelooft in teams en niet in stammenstrijd. “Daarvoor heb ik wel gekeken waar we elkaar in vinden en dat is duidelijk op het gebied van de generieke voorzieningen, die nog niet altijd gemeenschappelijk worden aangepakt”, weet hij. Ook het werken onder architectuur (“beter is sturen in en op samenhang”) is een speerpunt. “We hebben ons afgevraagd: wat delen we nou? Daar richten we ons het eerst op.”

Dus vroeg hij zijn collega's wie wat wilde doen. Heel verrassend is dat niet. “Informatiebeveiliging ging naar Defensie, en Justitie koos voor 'de Grote ICT-projecten'. In ons centrale overleg is het natuurlijk mogelijk nog eens stevig op een onderwerp in te gaan, maar de crux is dat de cio's elkaar moeten vertrouwen en tot besluiten komen. De huidige werkwijze geeft energie en zo schieten we op”, meent Hillenaar. Hij gelooft in de goede harmonie om zaken voor elkaar te krijgen.

'Niet klus klaren en dan opstappen'

Webwereld hoort van bronnen binnen de departementen dat Hillenaar dynamiek meebrengt en veel veranderingen realiseert. Zelf ontkent hij veranderingsmanager te zijn, en zegt hij zich vooral te richten op resultaat. Hij ziet dit dan ook niet als een klus om te klaren en dan weer door te gaan in een andere functie. Opstappen is niet aan de orde. “Er is ook nog heel veel te doen.”

Wel erkent hij veel te moeten doen om de Rijks-ict in het gareel te krijgen. Op de infrastructuur is voor hem veel te winnen. Zo heeft de centrale overheid niet minder dan 61 datacenterlocaties “Het is logisch dat we daar nu heel goed naar kijken en plannen voor consolidatie ontwikkelen“, vertelt hij. In de toekomst kan het goed zijn dat er meer op inhoud van systemen gaat worden gewerkt. Nu wordt er gecentraliseerd rond de overheidscommunicatie via de site rijksoverheid.nl, maar daarover spreekt Hillenaar nu nog niet.