De regel en harde belofte aan de Tweede Kamer is dat de Rijksoverheid niet meer dan 13 procent van de personeelskosten besteedt voor het inhuren van medewerkers. Dit geldt voor de hele organisatie. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken, dat Rijks-ICT in de portefeuille heeft, stelt daaraan te voldoen, maar leunt voor een aantal cruciale projecten zeer sterk op externen.

Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken, verkregen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Dure projecten

Vooral grote projecten draaien op gedetacheerde ict'ers. Zo werd in 2008 voor de salarisverwerking van P-Direkt 5,3 miljoen euro uitgegeven aan ambtenaren en 20,5 miljoen aan externen. Ook dit jaar verwacht het ministerie meer geld kwijt te zijn aan inhuur (23 miljoen) dan eigen personeel (19,5 milljoen) voor P-Direkt. Het programma voor de Reisdocumenten besteedde in 2008 al het werk uit, zo'n 250 duizend euro. Dit jaar groeit dat bedrag tot 550 duizend euro voor opnieuw alleen huurlingen.

Ook het Schengen Informatie Systeem, dat informatie over burgers voor andere Schengenlanden toegankelijk maakt, besteedde 2,4 van de 3,4 miljoen aan externen. Deze kosten hiervoor waren overigens begroot op 541 duizend euro. In totaal heeft BZK bijna 75 miljoen euro aan inhuur uitgegeven. Dat is zo'n 13,6 procent van 620 miljoen, die jaarlijks voor ict'ers op de begroting staan.

Onvoldoende controle Rijkswerkplek

Bij de Rijkswerkplek (DWR) snoepten de detacheerders 8 van de 10,3 miljoen op. Voor 2010 verwacht BZK de uitgaven op te schroeven tot 13,3 miljoen met ruim tien miljoen euro voor externen.

Deze laatste cijfers zijn niet hard, omdat BZK niet zelf de administratie voert. Dat doet Stichting ICTU, dat ICT-diensten aan de overheid levert en ruim 40 projecten onder de hoede heeft. Een voorbeeld daarvan is Nederland Open in Verbinding (NOiV). Zij blijken niet in staat uit hun computers te toveren hoeveel nu wordt uitgegeven aan ambtenaren en hoeveel aan huurlingen.

Nationaal Uitvoeringsprogramma

Op het functioneren van ICTU is de nodige kritiek. Een van de uitvoerende verantwoordelijkheden is het Nationaal Uitvoerings Programma (NUP), waarbij decentrale overheden een inhaalslag op automatiseringsgebied moeten maken. Eerder bleek uit onderzoek al dat veel bestuursorganen de deadlines niet zullen halen. Nu blijkt zelfs uit een rapportage uit oktober 2009 dat voor 41 procent van de ambities te hoog gegrepen zijn.

Arthur Docters van Leeuwen, oud-voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, hield in december 2009 een zogenaamde Gateway-review en kwam tot vernietigende conclusies. Vandaag publiceert onderzoeksjournalist Peter Mom in Automatiseringgids over dit vertrouwelijke onderzoek.

Het lukt ICTU niet het NUP goed op de rails te krijgen en de adviezen zijn dan ook niet mals. Zo moet de VNG actiever worden en standaarden stellen, want gemeenten brengen te weinig in. Ook zal BZK minder moeten uitbesteden en meer de regie moeten nemen. Daarom zal de rol van het ministerie “revolutionair” moeten veranderen.

Monopolist

Over de resultaten van ICTU is Docters van Leeuwen niet te spreken. De organisatie draagt te weinig bij aan de overheids-ICT. In 2008 was maar liefst 58 procent van de medewerkers extern en het is onduidelijk hoeveel procent van het totale budget dit betreft. Inmiddels heeft Webwereld langs informele weg inzage in de Gatway-review weten te krijgen.

“De monopoliepositie en de ophanging van het ICTU, zowel als de interne aansturing, alsmede het gebrek aan samenhang van de verschillende programma’s binnen het ICTU (deels veroorzaakt door het grote aantal niet-georganiseerde opdrachtgevers namens de verschillende departementen) zorgen ervoor dat het ICTU suboptimaal opereert en niet voldoende bijdraagt aan het resultaat van het NUP”, staat dan ook in de review.

ICTU heeft een bijzondere positie, want de organisatie weigert documenten te openbaren, omdat het stelt geen bestuursorgaan te zijn. Maar aan de andere kant hoeft de stichting nooit mee te dingen in aanbestedingen maar krijgt de miljoenenprojecten simpelweg in opdracht. Zelf schrijft het ICTU dan waar nodig tenders uit. De conclusie van Docters van Leeuwen is dan ook duidelijk: de monopoliepositie van ICTU moet worden doorbroken.