Het auteursrecht was en is bedoeld om de auteur zelf te laten beslissen of, wanneer en hoe zijn werk wordt geëxploiteerd en verspreid. De auteur sloot meestal een overeenkomst met een commerciële tussenpersoon, zoals een uitgever of een producent, die zijn werk met zijn toestemming ging verspreiden. Deze tussenpersoon nam het grootste deel van de opbrengst én het exploitatierisico, bestaande uit de kosten van productie, distributie en productie.

Ten aanzien van sommige exploitatievormen sloot de auteur een overeenkomst met een ander soort tussenpersoon, een collectieve belangenorganisatie. Dat gebeurde bijvoorbeeld ten aanzien van muziekgebruik.

Steeds meer heffingen

De producenten en de collectieve belangenorganisaties hadden een krachtige lobby en er kwamen steeds meer rechten bij en de rechten werden steeds verder uitgebreid. Producenten claimden en kregen steeds meer eigen rechten (fonogrammenproducenten, omroepen, filmproducenten, databankproducenten).

Onder druk van de collectieve belangenorganisaties werd het auteursrecht verlengd (van 50 naar 70 jaar) en er kwamen steeds meer heffingen bij die door de collectieve belangenorganisaties werden geïncasseerd:

(reprorecht, leenrecht, thuiskopierecht, volgrecht, ‘tv in het café-heffing’). Tegen-lobbies waren er nauwelijks.

Weer een klein geldstroompje

Aan de auteurs werd steeds verteld dat dit ook in hun belang was omdat er voor hen weer een klein geldstroompje bijkwam. Er daar zegt niemand ‘nee’ tegen. Maar een belangrijk deel van de nieuwe geldstromen kwam terecht bij de producenten en de collectieve belangenorganisaties.

Het auteursrecht raakte steeds verder vervreemd van de individuele auteur en van de consument die voor al die nieuwe rechten en heffingen moest betalen.

Verspreiding via internet

Toen kwam de digitale informatie en het internet waardoor productie en distributie voor iedereen mogelijk werd. Iedereen kon zijn eigen uitgever of producent worden, omdat verspreiding via internet bijna niets kost.

Met name de muziekproducenten wilden hun (winstgevende) positie niet kwijt, maakten geen gebruik van de distributie-mogelijkheden van internet en probeerden ze zelfs zoveel mogelijk tegen gaan. De reactie is bekend: de intergebruikers gingen massaal zonder toestemming muziek verspreiden via internet en dat bleek vrijwel niet tegen te gaan. De gemiddelde internetgebruik heeft weinig sympathie voor de producenten en de collectieve belangenorganisaties. De individuele auteur is vrijwel geheel uit het zicht verdwenen.

Creative commons

Ook gingen steeds meer individuele auteurs hun werk zelf gratis op internet zetten, onder de noemer ‘creative commons’ of ‘open source’.

De reactie van de producenten en de collectieve belangenorganisaties was onder andere dat er nog meer en hogere heffingen moesten komen.

Hoe nu verder?

Dat individuele auteurs, maar ook vooruitstrevende producenten hun werk zelf gratis op internet zetten, onder de noemer ‘creative commons’ of ‘open source’, al dan niet met nieuwe, op advertentie-inkomsten of sponsoring gebaseerde business modellen, is zonder meer positief. Daardoor wordt het auteursrecht gebruikt waarvoor het bedoeld is: de auteur bepaalt of, wanneer en hoe zijn werk wordt geëxploiteerd en verspreid.

De meeste muziekproducenten hebben inmiddels hun les geleerd en ingezien dat zij internet niet moeten bestrijden, maar benutten door gebruikers precies op maat te leveren wat en hoe zij het willen, tegen zeer geringe betalingen. Hetzelfde zal gaan gelden voor uitgevers en filmproducenten: als zij de internetconsument niet zeer laagdrempelig bieden wat hij of zij wil hebben, dan volgt de massale ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ van het massaal zonder toestemming kopiëren via internet.

Alles vrijlaten en heffen?

Bij internetconsumenten, en met name bij de opinion leaders met hun weblogs, is echter inmiddels het idee ontstaan dat het zonder toestemming kopiëren en verspreiden van alles wat los en vast zit een soort grondrecht is. En het is ook een aantrekkelijk standpunt: op internet moet je alles mogen kopiëren en verspreiden. Dat is pas de ultieme informatievrijheid.

De collectieve belangenorganisaties die begrijpelijkerwijs de omzet van hun heffingsgelden zoveel mogelijk willen verhogen spelen daar handig op in. ‘Betaal nu maar een heffing, dan ben je daarna volledig vrij om alles te kopiëren wat je maar wilt’. Dat klinkt zeer aantrekkelijk.

Kind met het badwater weggooien

Het gevaar is echter dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Er komt inderdaad een extra, per auteur tamelijk gering, geldstroompje op gang. Maar de zeggenschap over of, wanneer en hoe het werk wordt geëxploiteerd en verspreid is helemaal opgegeven.

Kopiëren en verspreiden (openbaar maken) zijn namelijk bij de huidige peer-to-peer-technieken in de praktijk niet meer te scheiden. Iedereen die ‘slechts’ downloadt, uploadt en verspreidt tegelijk ook. Bovendien ontstaat het idee dat als downloaden uit illegale bron altijd mag, dat het illegale aanbod zelf ook wel gerechtvaardigd zal zijn. Met andere woorden: het (morele) besef dat de auteur bepaalt of, wanneer en hoe het werk wordt geëxploiteerd en verspreid verdwijnt. Alles moet kunnen, want de heffing is toch immers betaald. Daarmee wordt in feite het auteursrecht zelf opgeheven.

Vicieuze cirkel

Het is vrijwel zeker dat we met ‘alles vrijlaten’ en ‘overal op heffen’ in een vicieuze cirkel terecht komen. Omdat er een heffing is, moet alles kunnen. Omdat alles kan, gebeurt dat ook steeds meer. De geheugencapaciteit en de bandbreedte worden steeds groter. Er wordt dus steeds meer gekopieerd en de heffing moet dus steeds verder worden verhoogd en uitgebreid naar nieuwe dragers en nieuwe apparaten.

In Duitsland past de lijst met dragers en apparaten waarop een heffing verschuldigd is (geheugenkaartjes, pc’s, mobiele telefoongeheugens e.d.) al bijna niet meer op één A4-tje. Uiteindelijk zouden we dan terecht komen bij de miljoenenheffing op de universele geheugen chip die professor Bernt Hugenholtz zo treffend heeft beschreven in zijn science fiction-verhaal ‘Memento’ (pdf).

Wat is het alternatief?

Het auteursrecht moet zoveel mogelijk worden teruggeven aan de auteurs. Zij moeten kunnen bepalen of, wanneer en hoe het werk wordt geëxploiteerd en verspreid. Velen zullen dat gaan doen via ‘creative commons’ en ‘open source’-modellen.

Producenten moeten creatief zijn met het ontwikkelen van business modellen met advertentie- of sponsorinkomsten die open source ondersteunen én met informatieproducten op maat waar gemakkelijk en relatief weinig voor hoeft te worden betaald. Er zal altijd behoefte zijn aan informatie waarvan de kwaliteit kan worden gegarandeerd (geen virussen e.d.) en die precies voldoet aan de behoefte van de consument en consumenten zullen altijd bereid zijn om dáár voor te betalen.

Illegale bron

Daarvoor is het wel van belang dat bij de consument het besef blijft bestaan of terugkomt dat het niet wenselijk is dat informatie op grote schaal wordt verspreid die uit evident illegale bron, dus zonder toestemming van de auteursrechthebbende, wordt aangeboden.

Als iemand muziek op een cd heeft gekocht of van iTunes heeft gedownload moet hij daarvan wél een paar kopietjes kunnen maken voor op zijn iPod, voor in de auto, of eventueel voor de buurman. Daar hoeft dan géén heffing tegenover te staan, want dat kan en is gewoon in de prijs van de cd of de download ingecalculeerd.

De producent kan en mag proberen die kopietjes technisch onmogelijk te maken, soms is dat een goede oplossing, soms zal blijken dat hij dan minder verkoopt of dat de beveiliging wordt gekraakt. Dan is het commercieel verstandiger om geen technische bescherming aan te brengen en de prijs laag te houden.

Heffen is een heilloze weg

Het instandhouden of uitbreiden van heffingen is zeker op termijn geen goed idee. De heffingen zouden juist moeten worden afgebouwd, zoals ook altijd de bedoeling van de Europese en de nationale wetgever was. Het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen wordt door heffingen alleen maar ontmoedigd en het kopiëren en verspreiden uit illegale bron wordt er door gelegitimeerd en dus aangemoedigd, terwijl legale bronnen daar oneerlijke concurrentie van ondervinden.

De collectieve belangorganisaties en de meer behoudende producenten zullen zich met hand ten tand verzetten tegen het uitblijven van nieuwe heffingen en het afbouwen van de bestaande. Dat is begrijpelijk, want je komt wel aan hun ‘handel’. Individuele auteurs zullen zich ook regelmatig voor het karretje van deze collectieve belangorganisaties blijven laten spannen. Dat extra inkomstenstroompje is immers nooit weg.

Cultuursubsidie

Ook zal het heffingensysteem steeds worden gepresenteerd als een wenselijke (Nederlandse of Europese) cultuursubsidie. Feit is echter dat een belangrijk deel van de heffingen terechtkomt bij producenten (die daardoor minder hard hun best doen voor nieuwe businessmodellen), bij de (de administratieve lasten van de) collectieve belangenorganisaties zelf en hun ‘goeden doelen potjes’ en bij de paar toch al groot verdienende auteurs en artiesten, die veelal in het buitenland zitten.

De gemiddelde Nederlandse auteur of artiest ontvangt slechts een minimaal stroompje en dat zal altijd zo blijven, hoe hoog men de heffing ook maakt. Als men cultuur effectief willen subsidiëren kan men dat beter rechtstreeks uit de algemene middelen doen en er desnoods een rechtstreekse ‘cultuur belasting’ voor in het leven roepen.

Wat zou er nu concreet moeten gebeuren?

1. Versterking van de positie van de auteur via het auteurscontractenrecht. Wetsvoorstel daarvoor ligt bij Justitie op de plank, maar wordt door gebrek aan tijd of prioriteit niet ingediend.

2. Heffingen moeten niet worden uitgebreid naar hardware of nieuwe dragers. Als dat wel gebeurt, is het hek van de dam, dan zal de heffing zich steeds verder uitbreiden (naar geheugenkaartjes mobiele telefoons e.d.) De bestaande heffingen op CD’s en DVD’s verdwijnen vanzelf met die dragers en zouden versneld kunnen worden afgebouwd omdat ze ernstig marktverstorend zijn door de grote verschillen in Europa.

3. Het kopiëren uit evident illegale bron moet civielrechtelijk onder het exclusieve recht van de auteur vallen (zoals in de meeste ander landen het geval is). Dat exclusieve recht zal in de praktijk uiterst lastig te handhaven zijn, maar geldt bijvoorbeeld ook voor het bestaande recht ten aanzien kopiëren van computerprogramma’s en hele boeken. Het is evenwel een onmisbaar signaal voor het (morele) besef dat niet alles mag op internet en een noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van gezonde nieuwe business modellen, met veel door advertentie ondersteunde ‘open source’ en zeer geringe betalingen.

4. Het toezicht op collectieve organisaties moet worden verscherpt en de transparantie vergroot. (Zie WODC-rapport Hugenholtz/Visser/Hins). Het is bijvoorbeeld van de gekken dat het nieuwe collectieve kabelmodelcontract tussen Buma (en alle andere collectieve rechtenorganisaties) en de kabelbedrijven uit december 2007 door beide partijen lange tijd volledig geheim werd gehouden.

5. Desgewenst rechtstreekse cultuursubsidies uit algemene middelen, eventueel gebaseerd op rechtstreekse cultuurbelastingen.

Dirk Visser is hoogleraar Intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij partner bij advocatenkantoor Klos Morel Vos & Schaap. Donderdag gaf hij in de Tweede Kamer commentaar op het rapport van de werkgroep Auteursrecht. Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm pleit op Webwereld juist voor het behoud van kopieerheffingen.