Dat betoogden Microsoft en het departement woensdag voor federale rechter Colleen Kollar-Kotelly. Die moet bepalen of de in november vorig jaar overeengekomen schikking in de slepende antitrustzaak tegen het softwareconcern in het algemeen belang zijn. Om dat te kunnen vaststellen, had Kollar-Kotelly zowel Microsoft als het ministerie van Justitie opgeroepen hun overeenkomst te verdedigen. Een betere deal behoorde niet tot de mogelijkheden, zo zei Phil Beck, advocaat van het ministerie. Zonder schikking zou de antitrustzaak volgens Beck nog jaren kunnen voortwoekeren, en uiteindelijk tot minder resultaat leiden. Beck claimde dat de schikking meer doet om de markt en de consument te beschermen tegen Microsofts misbruik van zijn monopoliepositie dan met een verdere rechtszaak bereikt zou kunnen worden. De advocaat van Microsoft, John Warden, sloot zich bij Beck aan. De schikking legt Microsoft volgens Warden meer beperkingen op dan de rechter uiteindelijk zou doen. De reden dat het concern toch akkoord ging met de schikking is dat het de zaak achter de rug wil hebben, aldus Warden. Beide partijen wezen op de uitspraak van het beroepshof, die vorig jaar een belangrijk deel van de aanklacht van het departement verwierp. Het beroepshof achtte alleen bewezen dat Microsoft op ongeoorloofde wijze heeft geprobeerd zijn dominante positie in de markt voor pc-besturingssystemen naar de markt voor middleware, zoals browsers, uit te breiden. Die uitspraak moet het referentiepunt zijn, zo stelde Beck, en dat betekent dat pogingen om in de rechtbank verder anticompetititief gedrag van Microsoft te bewijzen niet veel zullen opleveren. Als bekend zijn negen van de 18 staten die zich eerder bij het ministerie hadden aangesloten het met die opvatting niet eens. Zij zetten de zaak tegen Microsoft wel voort. Nieuwe hoorzittingen staan voor 11 maart op de agenda. Rechter Kollar-Kotelly behandelt ook deze zaak. Kollar-Kotelly wilde niet aangegeven wanneer zij zich over de schikking zal uitspreken. De rechter verklaarde slechts dat haar uitspraak onafhankelijk van de nieuwe rechtszaak tot stand zal komen.