Willen Linux-gebruikers geen SCO-advocaten op hun nek krijgen, dan dienen ze 699 dollar per processor over te maken aan SCO, zo maakte het Amerikaanse bedrijf dinsdag bekend. Een dag eerder nog besloot Linux-distributeur Red Hat een zaak tegen SCO aan te spannen. Sinds dit jaar is SCO groot in het nieuws met zijn beweringen dat Linux gebruik maakt van onderdelen van Unix waarop de auteursrechten bij SCO berusten. Dit heeft voor grote beroering gezorgd in de open source-gemeenschap. Diverse Linux-bedrijven en concerns als IBM vechten de claims aan. SCO neemt echter geen gas terug, integendeel. Uit de deze week geopenbaarde SCO Intellectual Property License wordt duidelijk dat het concern eenmalig 699 dollar verlangt per processor bij Linux-servers. De prijzen voor desktop- en embedded-Linux gebruikers zijn nog niet bekend, maar zullen volgens een woordvoerder lager liggen. Overigens is de genoemde 699 dollar een introductieaanbod; na 15 oktober wordt het bedrag verhoogd tot 1399 dollar. Wie niet betaalt, loopt het risico met de advocaten van SCO te worden geconfronteerd. Overigens geeft het overmaken van de dollars alleen het recht om de software te gebruiken. "Je mag de broncode niet inzien en je mag het niet gebruiken voor een open source-product voor ieders gebruik", aldus woordvoerder Blake Stowell. Dit laatste kan gezien worden als een rechtstreekse provocatie aan het adres van de open source-gemeenschap. Analisten vinden de bedragen aan de hoge kant. Zij verwachten niet dat bedrijven snel over de brug zullen komen met het geld, maar in plaats daarvan de lopende rechtszaken zullen afwachten. Mocht SCO zijn claims echter kunnen hardmaken, dan betekent het licentieschema volgens kenners de ondergang van Linux.