The SCO Group, voorheen bekend als Caldera, werd in 1994 opgericht met geld van de Nederlander Ray Noorda, de oprichter van Novell. Jarenlang voerde het bedrijf de Linux-distributie Caldera.

Bekender werd SCO echter door zijn omstreden strijd tegen uiteenlopende bedrijven. Toen het in 1996 DR DOS van Novell overnam, hervatte het bedrijf bijvoorbeeld een oude vete met Microsoft.

Maar het was de nieuwe directeur Darl McBride die in 2002 SCO pas echt op de kaart zou zetten. Het bedrijf sleepte IBM voor de rechter en eiste een schadevergoeding van vele miljarden omdat SCO rechten meende te hebben op onderdelen van Unix die in Linux-producten waren verwerkt. Daardoor dreigden ook andere Linux-distributies in deze zaak te worden meegesleept.

Op sympathie hoefde SCO echter niet te rekenen. Met name Linux-gebruikers verweten SCO dat het alleen maar op zoek was naar makkelijk geld. Vervolgens verklaarde Novell dat het nooit zijn auteursrechten aan SCO had verkocht, waarna ook Novell door SCO voor de rechter werd gesleept. In augustus haalde SCO bakzeil bij de rechter in de zaak tegen Novell. Die zaak is toch al tamelijk gecompliceerd omdat Unix een ontstaansgeschiedenis kent waarin universiteiten en commerciële bedrijven hun rechten vele malen hebben overgedragen.

Ook kruiste SCO de degens met twee voormalige klanten, waaronder DaimlerChrysler, en werden grote Amerikaanse overheidsinstellingen in de VS onder druk gezet om een geldige licentie van SCO te kopen. In 2003 had SCO 1500 bedrijven op het oog om aan te pakken. Linux-distributeur Red Hat richtte zelfs een fonds op om aangeklaagden bij te staan.

McBride had zich blijkbaar volledig verkeken op het effect dat al deze rechtszaken zouden hebben op de verkoop van de eigen producten. Linux-gebruikers lieten Caldera meteen vallen. En ook de overige producten liepen niet meer goed. De laatste jaren stapelden de miljoenenverliezen zich op. SCO hoopt door de surseance niettemin uit de rode cijfers te komen.