Het Amerikaanse ministerie van Justitie en het copyrightbureau van de overheid dienden onlangs een zogeheten 'friend of the court'-brief in bij het beroepshof dat de zaak tussen Napster en de platenbrancheorganisatie RIAA behandelt. In die bij Amerikaanse rechtbanken gebruikelijke lobbybrief schaarde de overheid zich ander het anti-Napster standpunt van de amusementsindustrie. Het copyrightbureau is een instantie die onder de wetgevende tak van het Amerikaanse Congres valt en in de bibliotheek van het congres is gevestigd. Volgens senator Hatch wordt daardoor onterecht de indruk gewekt dat de mening van het bureau tevens die van het Congres is. Hatch is voorzitter van de machtige juridische commissie van de Senaat, die zich al enige maanden over de Napsterproblematiek buigt. De senator heeft nu zelf een brief naar de federale rechtbank gestuurd. "Gezien het belang van het onderwerp, acht ik het belangrijk dat er geen misverstand over bestaat bij de rechtbank dat de ingeleverde brief niet noodzakelijkerwijs de mening van het Congres over deze kwestie weergeeft", zo schrijft Hatch daarin. Het copyrightbureau stelde in haar brief dat er geen enkele wet is die de activiteiten van Napster rechtvaardigt. Daarmee gaat het bureau in tegen het vaste verweer van de advocaten van Napster dat de uitwisseldienst beschermd wordt door de uit 1992 stammende Audio Home Recording Act. Die wet laat het maken van een kopie van muziek voor persoonlijk gebruik toe. Napster valt daar volgens het bureau niet onder omdat de dienst muziek waarop copyright berust algemeen verspreid. Napster en haar opponent de RIAA hebben inmiddels schriftelijk hun laatste pleidooien bij de rechtbank ingeleverd. In de eerste week van oktober moeten zij in de rechtszaal hun zaak bepleiten.