Ook zouden de verzenders van ongevraagde, commerciële e-mail verplicht moeten worden om e-mailadressen uit hun bestanden te verwijderen als de ontvangers daar om vragen. Tot slot zouden internetaanbieders de mogelijkheid moeten krijgen om spam van hun netwerken te weren, als het aan de senatoren Conrad Burns en Ron Wyden ligt. De handelswaakhond de Federal Trade Commission zou de wetgeving moeten naleven. Volgens de Republikein Burns jagen spammers internetters op kosten. Met name burgers en bedrijven op het platteland – Burns vertegenwoordigt de staat Montana – zouden veel geld kwijt zijn aan telefoonkosten. "Net zo snel als het gebruik van e-mail zich heeft verspreid, kan het gebruiksgemak ervan afnemen – als gevolg van een lawine van spam", stelt de Democraat Wyden (Oregon) in een verklaring.

Mijlpaal

Mocht het wetsvoorstel van Burns en Wyden worden aangenomen, dan zou dat een mijlpaal zijn in de Verenigde Staten. De anti-spamwetgeving in de Verenigde Staten stelt weinig voor in vergelijking met Europa, waar vorig jaar een richtlijn werd aangenomen die spam aan banden moet leggen. Hoewel iets meer dan de helft van de Amerikaanse staten enige vorm van anti-spamwetgeving heeft ingevoerd, blijken deze wetten vaak ineffectief. Slechts bij hoge uitzondering wordt een spammer veroordeeld tot het betalen van een boete. De druk om te komen tot federale (voor het hele land geldende) wetgeving neemt daarom toe. Diverse grote bedrijven, waaronder America Online en Microsoft, dringen aan op anti-spamwetgeving. In februari sprak zelfs de brancheorganisatie van direct marketeers, de DMA, zich uit voor het bestraffen van malafide spammers.