"We zoeken naar een speld in een hooiberg, maar het zou kunnen dat er duizenden spelden zijn. In dat geval zouden we er in de komende 25 jaar één moeten vinden", aldus Seth Shostak van SETI (Search for Extra-Terrestrial Intelligence) tegenover Wired News.

SETI is in 1984 van start gegaan met het analyseren van radiosignalen uit de ruimte. SETI is sinds enige jaren razend populair onder computergebruikers. Met het programma [email protected] kunnen internetters door de rekenkracht van hun eigen computer ter beschikking te stellen, meehelpen aan het opsporen van buitenaards leven.

Deelnemers krijgen datapakketten toegewezen die geanalyseerd moeten worden. De pakketten bevatten signalen van 'kosmisch ruis' die door een radiotelescoop in Puerto Rico zijn opgevangen. Als daar patronen in ontdekt worden, zou dat kunnen wijzen op het bestaan van buitenaardse intelligentie.

Op het moment dat de computer niet gebruikt wordt, slaat hij aan het rekenen. Op het scherm verschijnt een soort screensaver waarmee de gebruiker de voortgang van de analyse van het kosmisch ruis kan bekijken.

Tot nu toe is de speurtocht zonder resultaat. "We vangen wel voortdurend signalen op, maar die blijken telkens weer afkomstig te zijn van mensen en niet van E.T. Het is vaker AT&T", aldus Shostak.

In 2005 hoopt SETI een nieuwe 26 miljoen dollar kostende telescoop in gebruik te kunnen nemen. De nieuwe ontvanger zou honderd keer sneller kunnen zoeken. De nieuwe telescoop, die vernoemd is naar Microsoft-oprichter en SETI-sponsor Paul Allen, zal worden neergezet bij de Hat Creek Observatory, zo'n 450 kilometer ten noordoosten van San Francisco.