Ten opzichte van de oorspronkelijke – en nog altijd meest gebruikte – standaard 802.11b bieden 802.11a en 802.11g al grote verbeteringen. Waar met 802.11b een maximale snelheid tussen draadloze apparaten van 11 Mbps kan worden behaald, is dat met 802.11a en g maar liefst 54 Mbps. Deze laatste twee worden dan ook steeds vaker gebruikt bij wireless lan's (wlan's), ook al is 802.11g nog niet officieel gecertificeerd. Uiteraard is hiermee het einde nog niet in zicht. Binnen de IEEE, de groep die officiële technische standaarden bepaalt, wordt momenteel 802.11i onder de loep genomen. Deze specificatie biedt verbeteringen op het gebied van veiligheid, een zwak punt bij de voorgangers. Wie nog een paar jaar geduld heeft, kan profiteren van 802.11n, zo schrijft The Register. Hiermee zijn snelheden mogelijk tot maar liefst 320 Mbps. Bovendien moet er efficiënter met het datatransport worden omgegaan. Bij bijvoorbeeld 802.11g wordt nog erg veel ruis mee verzonden, zodat de draadloze internetter niet kan profiteren van de theoretische 54 Mbps. Momenteel is binnen de IEEE een speciale werkgroep opgericht: de High Throughput Study Group. De opdracht aan deze groep is om met een specificatie te komen die WiFi-snelheden van minimaal 100 Mbps mogelijk moet maken.