Al zeker sinds het begin van deze eeuw roepen directies en hoofdredacties van kranten om de zoveel tijd dat internetters binnenkort toch echt eens de portemonnee moeten gaan trekken. “De tijd van de gratis lunch is voorbij. Bijna", verklaarde Wim Jansen, destijds adjunct-hoofdredacteur van Trouw, bijvoorbeeld in 2001. Zijn krant zou geld gaan vragen voor toegang tot delen van de site, zo was het plan.

Al minstens net zolang denk ik dat het nooit wat gaat worden, met dat betalen voor online journalistiek. De gemiddelde lezer wil dat namelijk niet. De default-instelling van internet is nu eenmaal dat alles gratis is. We betalen toch al voor onze internetaansluiting? En dus lunchen we al jaren gratis. Geen online tolpoortje dat daar tot nu toe verandering in brengt.

De Volkskrant gaat het nu toch weer proberen, geld vragen aan lezers. Ik hoop van harte dat dat gaat lukken. Ik vind namelijk dat makers van mooie dingen beloond moeten worden. En ik vind helemaal dat er wel wat meer geld mag naar de journalistiek. Zo goed gaat het niet in die sector.

Maar gaat het de Volkskrant ook lukken om flinke aantallen lezers zo gek te krijgen dat ze gaan betalen? Ik heb er een hard hoofd in.

Boekenbranche

Onlangs was ik bij een discussie over de toekomst van het boek in de Amsterdamse Academische Club. Achter de tafel zat de boekenbranche. In de zaal een hoogopgeleid, wat ouder publiek.

De uitgever in het discussiepanel legde uit waarom een e-book nauwelijks goedkoper is dan een papieren boek. De drukker, het papier, de inkt en de distributie van een papieren boek kosten maar een paar euro, vertelde hij. Precies die paar euro die een e-book goedkoper is dan een normaal boek. Bovendien valt een e-book in het hoge btw-tarief, terwijl voor een normaal boek het lage tarief geldt.

Een dame in het publiek was niet overtuigd. Ze wilde best voor e-books betalen maar dan niet meer dan een euro of vijf.

Zie hier het probleem voor aanbieders van digitale producten: als je een hoogopgeleide wat oudere mevrouw die haar hele leven lang zonder klagen flink heeft betaald voor papieren boeken, al niet kunt uitleggen waarom een digitaal product zo duur is, dan lukt dat bij de rest van de consumenten ook niet. Want dat is de makke van de meeste digitale producten: mensen hebben er heel veel minder geld voor over dan voor een vergelijkbaar product dat ze kunnen vasthouden.

Genocide

Als je veel gebruikers wilt binnenhalen met een betaalde dienst lijkt er maar één ding op te zitten: veel aanbieden voor weinig. Denk aan Spotify.

Als krantenlezer zou ik graag een vergelijkbare dienst hebben waarmee het mogelijk wordt om voor een vast (laag!) bedrag per maand een berg artikelen te lezen. Vijf euro voor een pakket van vijfhonderd artikelen per maand bijvoorbeeld. Maar dan wel artikelen die ik zelf kan uitkiezen. En dan bij voorkeur niet alleen uit de Volkskrant, maar ook uit alle andere Nederlandse kranten.

Ik wil namelijk zelf een beetje bij elkaar kunnen scharrelen wat interessant is. Ik wil af en toe Sigmund kunnen lezen in de Volkskrant, ik wil wat Amsterdams nieuws uit Het Parool en ik wil de onderzoeksartikelen van Joep Dohmen uit NRC Handelsblad. En vooruit, omdat je af en toe ook moet kunnen lachen, wil ik ook kunnen lezen hoe totaalmalloot Leon Dewinter in zijn buitenlandcolumn in De Telegraaf uitlegt dat er in de jaren negentig in Rwanda nooit genocide kan hebben plaatsgevonden omdat er aan het eind van dat decennium meer Rwandezen waren dan aan het begin.

Of een Spotify voor kranten een levensvatbaar businessmodel oplevert, is overigens zeer twijfelachtig. Daarvoor hoeven we maar te kijken naar Spotify zelf dat ondanks het enthousiasme bij de talloze gebruikers nog niet winstgevend is. Bovendien zijn de opbrengsten voor de muzikanten niet om over naar huis te schrijven.

Leuke stukjes tikken

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Volkskrant andere plannen heeft om geld te verdienen. Het idee is dat bezoekers vanaf het voorjaar van 2013 een dag- of maandpas kunt kopen waarmee ze toegang krijgen tot alle artikelen uit de krant. Daarnaast komen er apps waarmee je je bijvoorbeeld kunt abonneren op een columnist. En Volkskrant.nl gaat de betaalde content middels 'een virtuele etalage' meer onder de aandacht brengen.

Het ei van Columbus? Je kunt nu ook al een abonnement nemen waarmee je toegang krijgt tot de digitale versie van de Volkskrant. Alleen zit je er dan meteen zes maanden aan vast. Prettig dus dat dat nu ook per maand of dag kan en de Volkskrant zal om die reden zeker wat extra betalende lezers trekken. Maar heel innovatief klinkt het allemaal nog niet.

Abonnementen op auteurs of bepaalde secties van de krant klinken al wat vernieuwender. Althans voor Nederland. Elders op de wereld bestaat er meer ervaring mee. Zo lanceerde The New York Times in 2005 TimesSelect: een abonnement op de columnisten van de krant. Twee jaar later besloot de Old Gray Lady er alweer mee op te houden. Het leverde te weinig op, oordeelde de krant.

Nu zou het natuurlijk kunnen dat er veel meer belangstelling bestaat voor abonnementen op de columns van Marcel van Dam en Malou van Hintum dan voor de Nobelprijswinnaars die leuke stukjes tikken voor The New York Times, maar het klinkt toch nog niet bepaald als een winnende strategie.

Ik vermoed in ieder geval dat de UvA-mevrouw die hooguit vijf euro voor een e-book wil betalen, geen gebruik zal maken van het aanbod. Net zoals de overgrote meerderheid van de andere 1,9 miljoen bezoekers die Volkskrant.nl nu maandelijks trekt.