Pulsent heeft vier jaar lang in het diepste geheim gewerkt aan een `radicaal nieuwe benadering' van het comprimeren van video. Deze technologie zou volgens de bedenkers bestanden met 400 procent kunnen verkleinen in vergelijking met bestaande compressietechnologieën zoals MPEG-2. Op een snelheid van 1,1 Mbps zouden de beelden in groot formaat en in hoge kwaliteit de huiskamer in kunnen komen. Ter vergelijking: bij de oude MPEG-2 techniek is normaal gesproken een videostream vereist van minimaal 4 megabits per seconde. De bedenkers maken gebruik van een nieuwe benadering waarbij beelden niet meer worden verdeeld in blokken (`block-based') , maar in objecten (`object-based'). Overigens zullen de belangrijkste spelers van dit moment – RealNetworks, Microsoft en de open standaard DivX – zich in meer of mindere mate gaan baseren op MPEG-4. MPEG-4 maakt ook gebruik van objecten, maar dit gebeurt volgens kenners op een minder efficiënte manier.

Chips

Uiteraard hoopt Pulsent dat zijn technologie eind volgend jaar wordt opgepikt door de markt. Analisten mogen tegenover The Wall Street Journal en CNet erg enthousiast zijn over de techniek, er zit echter een addertje onder het gras. De compressietechniek van Pulsent is namelijk niet zuiver softwarematig van aard. Het bedrijf werkt nog aan chips die het een en ander mogelijk maken. Deze chips moeten geïmplementeerd worden in bijvoorbeeld opzetkastjes of door een kabelbedrijf. Probleem is dat dergelijke bedrijven de laatste tijd al flink hebben geïnvesteerd in hun netwerken. "Het grootste obstakel voor het bedrijf is dan ook een grote klant aan te trekken, zoals een maker van DVD-spelers of een maker van set-top boxen", zo meent een analist tegenover CNet.