Dat blijkt uit een tussentijdsrapport van de zestien staten die in de Verenigde Staten in een procedure met Microsoft waren verwikkeld vanwege misbruik van de monopoliepositie. Microsoft beloofde in het zogeheten Microsoft Communications Protocol Program (MCPP), onderdeel van het Shared Source Initiative, licenties te geven aan bedrijven en softwareontwikkelaars die recht hebben op inzage in de broncode van Windows. Dit is nodig om andere software en servers beter te laten communiceren met Microsoft-producten. Tot nu toe zijn er slechts elf licenties uitgegeven aan partijen die inzage in die broncode hebben gekregen. De belofte die Microsoft bij de antitrustafspraken in november 2002 maakte, zijn hierdoor niet voldoende nagekomen, stellen de staten nu in een nieuw document (pdf) bij de rechtbank. Microsoft zegt nog met twintig partijen in gesprek te zijn over het mogelijke licenties. Maar diverse partijen zijn in het verleden al afgehaakt. Redenen om geen licentieprogramma te tekenen zijn onder meer de te strenge voorwaarden die Microsoft stelt en de te hoge licentiegelden. Microsoft zegt opnieuw het licentiecontract eenvoudiger en korter te zullen maken. Het licentiecontract voor het gebruik van Windows Media Player 9-technologie is nu bijvoorbeeld 25 pagina's dik. Dat is te dik, menen de zestien staten.

Open

Onder aanvoering van de open-sourcebeweging is de druk op Microsoft om de broncode van zijn software openbaar te maken gedurende de laatste jaren toegenomen. Met de schikking van november 2002 met Justitie heeft Microsoft beloofd meer openheid van zaken te geven. Toch krijgen bedrijven geen volledige toegang tot de broncode. Bepaalde delen van de broncode van Windows worden geheim gehouden om `het intellectueel eigendom van Microsoft te beschermen'. In een eerder soortgelijk project, het Government Security Program, kregen al 59 overheden en overheidsinstellingen inzage in een deel van de Windows-broncode.