Volgens sommige experts won John F. Kennedy de verkiezingen van 1960 omdat hij het zoveel beter deed op tv dan zijn opponent Richard Nixon. Voor het eerst werden dat jaar de debatten tussen de presidentskandidaten zowel op de radio als op tv uitgezonden. Radioluisteraars vonden Nixon beter, tv-kijkers kozen voor Kennedy. Ruim veertig jaar later beschouwen de meeste Amerikanen de televisie nog altijd als de belangrijkste bron voor nieuws over de verkiezingen. Maar het belang van de tv neemt af. Steeds meer (vooral jonge) Amerikanen zien internet nu als een belangrijke bron voor het verkiezingsnieuws, zo blijkt uit onderzoek van de Pew Research Center for the People and the Press waarover persbureau Reuters bericht. Het belang van internet is volgens Pew nu te vergelijken met dat van uitzendingen van de publieke omroep, de politieke tv-programma's op zondagochtend en de wekelijks verschijnende opinietijdschriften.

Jongeren

Met name jongeren hechten veel waarde aan internet. Van deze groep gebruikt één op de vijf internet als bron voor het nieuws over de campagnes. Van de hele bevolking hecht 13 procent die waarde aan internet. Daarmee blijft internet nog altijd ver achter bij de lokale televisie (door 42 procent van de 1506 ondervraagden beschouwd als een belangrijk medium) en nieuwsstations zoals CNN en Fox News (38 procent). Slechts 6 procent van de ondervraagden beschouwt internet als de belangrijkste nieuwsbron. In 2000 was dat 4 procent, in 1996 1 procent. Voor 68 procent is de televisie de belangrijkste nieuwsbron, terwijl 15 procent kiest voor de krant.