Het is alweer iets meer dan tien jaar geleden dat een vriend en ik onze eerste domeinnaam registreerden. We maakten een – voor die tijd – goed gelezen blaadje op internet en daar paste wel een eigen domein bij, vonden we. Tot die tijd maakten we gebruik van een homepage-adres bij een provider, maar dat was toch een beetje alsof we een winkel runden vanuit mijn studentenkamer op vierhoog in een treurige buitenwijk. Nee, dan een eigen domein: opeens hadden we het online equivalent van een pand in een drukke winkelstraat in handen.

Nu was het registreren van een .nl-domeinnaam in die tijd geen sinecure. Er waren nogal wat voorwaarden waaraan je moest voldoen. Zo moesten we eerst langs bij de Kamer van Koophandel. Want zonder inschrijving van de KvK geen domein. Lange tijd gold ook de regel dat een bedrijf of instelling maximaal één domeinnaam mocht registreren. Sommige domeinen waren niet eens beschikbaar.

Eind jaren negentig kwam dit strenge registratiebeleid onder vuur te liggen. De SIDN, de stichting die in 1996 verantwoordelijk was geworden voor het .nl-domein, besloot daarom de uitgifte te liberaliseren.

Kalverstraat

Die liberalisering verliep niet geheel vlekkeloos. Zo was daar de ondernemer Gijs Graafland (NameSpace) die tienduizenden domeinen registreerde in de hoop dat hij ze later voor meer geld zou kunnen doorverkopen. Er bestond maar weinig sympathie voor dergelijk gedrag. Graafland werd op internet met pek en veren overladen, en toen hij op een goede dag zijn rekeningen niet kon betalen, moest hij al zijn domeinen weer inleveren. Sindsdien heb ik niets meer van hem vernomen.

Eind goed, al goed? Vergeet het maar.

Onlangs wilde ik een nieuw domein registreren. En dat bleek zowaar nog moeilijker dan in de jaren negentig. Dit keer niet vanwege alle regeltjes, maar omdat zo ongeveer elke denkbare naam al is geregistreerd. Vrijwel elk woord is inmiddels een .nl-domeinnaam.

Gijs Graafland mag dan misschien van het toneel zijn verdwenen, dat geldt duidelijk niet voor de praktijken die hij er op nahield. 'Zakenlieden' met ideeënarmoede hebben de afgelopen jaren duizenden domeinnamen geregistreerd. Deze speculanten flikkeren wat advertenties op een pagina om de registratiekosten van hun domein te dekken, en leunen vervolgens rustig achterover tot er iemand langskomt die het adres wil overnemen. Dat deze koper een veelvoud moet betalen van het bedrag dat de registreerder er zelf ooit voor heeft neergeteld, spreekt voor zich.

Wie zich wil verbazen en een avondje niets te doen heeft, moet maar eens wat willekeurige woorden (telkens gevolgd door .nl) in zijn browser intypen. Met griezelig veel domeinen wordt niets gedaan. Ze zijn alleen maar geregistreerd als speculatieobject. Het is alsof je door de Kalverstraat loopt en alle winkelpanden te koop staan.

Schurftige honden

Om leegstand en speculatie met woonruimte tegen te gaan, is het in Nederland legaal om woningen te kraken. Wie een huis langer dan een jaar leeg laat staan, loopt het gevaar dat een stel krakers er op een dag intrekken. De wetgeving is bedoeld als stok achter de deur: een speculant kan niet ongestraft hele huizenblokken leeg laten staan omdat hij een paar jaar geen zin heeft om wat met zijn woningen te doen.

Het wordt tijd dat er voor domeinnamen een vergelijkbare stok achter de deur komt. De SIDN zou het bijvoorbeeld mogelijk kunnen maken om te klagen over domeinspeculanten die honderden domeinen hebben, maar daar niets mee doen. Als er een klacht binnenkomt over een domein, krijgt de eigenaar van het adres de mogelijkheid om te vertellen wat hij voor plannen heeft. Geen (goed) verhaal? Dan moet de speculant zijn domeinnaam tegen kostprijs overdragen aan de klager.

Wie een paar domeinen heeft waarmee even niets gebeurt, hoeft niet te vrezen. Zolang je er maar een goed verhaal bij hebt. Wie daarentegen een paar duizend domeinen heeft aangeschaft als beleggingsobject moet zich wel zorgen maken. Of heel veel goede verhalen gaan verzinnen natuurlijk.

Tijd voor actie? Waarom niet? Het adres stopdespeculatie.nl is nog .