De computerprogrammeur uit Sunnyvale (Californië) moet zich voor een onderzoeksjury verantwoorden voor de verspreiding via het Internet van een encryptieprogramma. SecureOffice is een programma dat bestanden gemaakt in Microsoft Office zodanig versleuteld dat ze onleesbaar worden voor "...bazen, hackers, systeembeheerders, ouders, kinderen, klanten en God", zoals Booher het product aanprijst op zijn homepage. De fout die de Californiër in de ogen van justitie heeft begaan is de 128-bits encryptie die in SecureOffice wordt gebruikt: de export daarvan – en het Internet geldt in deze gevallen als `het buitenland' – is verboden. Alleen producten met een veel slappere encryptie mogen zonder vergunning aan niet-Amerikanen worden verkocht. De onderzoeksjury moet deze maand bekijken of er gronden zijn waarop Booher een proces kan worden aangedaan. Als de jury vindt dat Booher vervolgd moet worden is hij de eerste die voor de export van verboden encryptie voor de federale rechter moet verschijnen. De programmeur zegt dat justitie zich om niks zorgen maakt. Hij heeft een beveiliging op SecureOffice aangebracht: mensen die de software willen gebruiken na de proefperiode van enkele maanden moeten een licentie kopen. Op die manier kan ik het gebruik van het programma in het buitenland in de gaten houden, zegt Booher. Tot nu toe heeft de omstreden exportverbod voor zware encryptie in de Verenigde Staten nog geen enkele keer tot een veroordeling geleid. In 1993 werden een aanklacht ingediend tegen Phil Zimmerman, de bedenker van Pretty Good Privacy. De zaak werd drie jaar later door de openbare aanklager geseponeerd. Er lopen nog drie rechtszaken tegen de Amerikaanse overheid, waarmee experts een versoepeling van de wet willen afdwingen. De juridische verwarring rond het onderwerp is groot, omdat rechters verschillende visies erop na houden. Volgens de ene rechter mag de broncode van een encryptieprogramma wel worden gepubliceerd op het World Wide Web, omdat hier sprake is van een taal die wordt beschermd door het grondwettelijke recht op vrije meningsuiting. Een andere rechter spreekt van `instructies' voor een machine, waarvoor dit recht niet geldt.