Dat debat van afgelopen donderdag is namelijk georganiseerd op uitnodiging van de commerciële marketingorganisaties verenigd in het CMC. Aanwezig op het debat in Nieuwspoort te Den Haag waren Europarlementariërs Judith Sargentini (GroenLinks) en Sophie in ’t Veld (D66), ondernemer en ex-Sanoma-chef Paul Molenaar, adviseur en juridisch onderzoeker van de Universiteit Leiden Bart Schermer, en Bits of Freedom-directeur Ot van Daalen.

Tweede Kamerlid Willibrord van Beek (VVD) was zonder opgaaf van redenen afwezig. Zijn vervanger was Jan Vos, van oorsprong internetondernemer en nu nummer 43 op de verkiezingslijst van de PvdA.

Het ontbreken van de VVD leidde ertoe dat 'links' aan de tafel zat en het opnam tegen 'rechts' in de zaal. Het debat werd feitelijk gehouden door marketingclub DDMA die leden en medewerkers in stelling bracht in de zaal.

Cookieverbod

Dat kwam het duidelijkst naar voren in het debat over cookies. Die kwestie gaat over de vraag of gebruikers tevoren toestemming moeten verlenen voor het op hun pc plaatsen van cookies die data verzamelen voor commerciële doeleinden. Volgens Europese richtlijnen moet Nederland zo'n opt-in invoeren net als die er al is voor commerciële e-mail. Maar de marketingbranche is tegen, om principiële én praktische redenen. Dat bleek ook overduidelijk uit de stemming in de zaal met rode en groene kaarten. Discussieleider Tom Kok, hoewel voorzitter van de DDMA, hield wijselijk op met het laten stemmen van de zaal.

Van de panelleden zijn Vos (PvdA), Molenaar en Schermer tegen de nieuwe cookieregel. Sargentini (GroenLinks) en Van Daalen zijn vóór, en In 't Veld (D66) is principieel vóór maar om praktische redenen tegen. Het geeft immers veel gedoe om op websites gebruikers steeds om toestemming te moeten vragen om cookies te plaatsen.

In de praktijk kun je die al met de browser weren, maar de meeste consumenten weten niet hoe dat gaat bij Firefox (hier) of Internet Explorer (hier). Van Daalen vindt dat de markt dit maar moet oplossen, te meer daar het aantal Flash-cookies niet met de browser te weren is.

'Gratis' is in ruil voor privacy

De Europarlementariërs vinden dat burgers veel beter voorgelicht moeten worden over privacyinstellingen en het datagebruik. Adviseur Schermer wees er in eerder onderzoek al op dat de gemiddelde burger in ruwweg 250 tot 500 databanken is opgenomen.

Op internet is dat veelal de reden dat diensten gratis zijn. "Privacy is currency", drukte In 't Veld dat kernachtig uit. Ze werd daarin bevestigd door een chef van Sanoma Digital in de zaal: Nu.nl en andere publicaties en diensten van de grootste online uitgever in Nederland zijn 'gratis' dankzij gerichte reclame op basis van surfdata.

De politici vinden het onjuist dat de gebruiksprofielen van surfers als het ware heimelijk worden verkocht. Advertentienetten en exploitanten bij adverteerders bieden die profielen namelijk uitgebreid aan voor toepassing en 'verhuur', maar de bezoekers aan de bewuste sites worden niet of nauwelijks voorgelicht over deze handel. Zo weten weinige consumenten dat je in de Verenigde Staten precies kunt zien welke grote datanetten cookies op je pc hebben geplaatst en dat je je daar ook voor kunt afmelden (opt-out).

Wachten op Europese politiek

Volgens Schermer heeft Google te vaak privacy geschonden, maar met haar Google Dashboard tenminste íets aangeboden om de dataverzameling door dat internetbedrijf te beïnvloeden. Het is alleen weer niet niet eenvoudig te vinden voor Google-gebruikers. Net zoals complex is om inzage te verkrijgen in data uit databanken bij Nederlandse bedrijven en en vragen om verwijdering daaruit. Bits of Freedom werkt aan een dienst om dat vereenvoudigen.

De panelleden vonden het een goede zaak als zoiets als een dashboard verplicht zou worden gesteld. De aanwezige Europolitici willen dat echter niet met een bepaalde technologie regelen. Ze wijzen op de komst van nieuwe privacyregels in Europa, ofschoon dat na de aankondiging in januari 2010 nog een langdurig proces zal worden.

Volgens In 't Veld wordt dat een principekwestie; het 'right to be forgotten', ofwel het recht om zelf data te schrappen in databanken van bedrijven of die beherende organisaties dat te laten doen. Daar moet dan ook controle over komen.

Overheden en sociale netten

De politici voelen wel voor een meer Amerikaanse aanpak: schrappen in het woud aan privacyregels en tegelijk een veel principiëler wetgeving opstellen. Vos noemt dat: "the right to be left alone.". Ook moet er dan bij overtreding veel harder worden gestrafd, bepleiten de politici. Nu gebeurt dat nauwelijks, zoals bij de flagrante overtreding door Advance.

De panelleden waren het er snel over eens dat overheden momenteel de meest flagrante schenders van de privacy zijn. Dat hebben burgers en de meeste politici ook over zich afgeroepen vanwege het ongeïnteresseerd aannemen van een reeks wetten die het vergaren van, en snuffelen in, data legitimeren.

Op sociale netwerken werken de burgers daar ook zelf aan mee, met zetjes in de rug van de aanbieders. Volgens In 't Veld keert de wal vanzelf het schip, zoals met Facebook. Sargentini vindt dat Hyves zich "totaal uit de markt prijst" met het toelaten van te veel commerciële mail die de gebruikers van dat sociale netwerk dan over zich uitgestort krijgen.

'Privacy by design'

Volgens Schermer moeten aanbieders van sociale media, en ook andere exploitanten, in een veel vroeger stadium privacy meewegen bij het bouwen van nieuwe functionaliteit: "Nu bouwen business development en techneuten de dienst en als die er is kijkt er nog een jurist naar om de schede te beperken. Ga in de schoenen van de consument staan en speel vroeg de advocaat van de duivel."

De discussie is bestempeld als 'Nationaal privacydebat', maar het was een bijeenkomst van de marketingbranche. Anders dan recent bij het zogenaamde Nationale Breedbanddebat was dit niet geheel eenzijdig opgezet, maar ook weer niet neutraal. Met zo'n vijftig aanwezigen was de belangstelling ook gering, ofschoon het onderwerp 'privacy' weer hot is volgens de deelnemende politici.