De uitspraak van de bestuursrechter in Rotterdam betekent wederom een gevoelig juridisch verlies van de Opta voor de rechter.

Opta begon enkele jaren geleden met een campagne om partijen die telecomdiensten aanbieden aan te schrijven met de eis zich te onderwerpen aan registratie. Daar ontstond het nodige verzet tegen daar registratie kosten met zich meebrengt en wellicht bemoeienis.

Last onder dwangsom

In augustus 2007 registreerde de Opta ook Surfnet als 'openbare aanbieder van elektronische diensten'. Daar ging een weigering van Surfnet aan vooraf, die Opta bestreed met een last onder dwangsom. Onder protest heeft Surfnet vervolgens het registratieformulier ingevuld.

Enkele partijen tekenden met succes bezwaar aan, maar de zaak met Surfnet werd een aanvaring van formaat tussen enerzijds de regelgever die namens Economische Zaken de markt reguleert en anderzijds de partij die van datzelfde departement enkele keren veel subsidie ontving voor innovatie. En die subsidie werd juist verschaft daar Surfnet niet de open markt bedient.

Afgebakende groep

Dit bevestigt de rechter: Surfnet verkoopt haar diensten exclusief aan wetenschappelijk- en hoger onderwijs. "Er is sprake van een voldoende afgebakende groep, die niet toegankelijk is voor het algemene publiek. Op de website van Surfnet worden enkel diensten aangeboden aan instellingen die passen binnen de doelgroep en niet ook aan andere gebruikers."

Opta zei dat uit de klantenkring van Surfnet blijkt dat de omschrijving van de doelgroep dusdanig breed en algemeen is, dat dit in de praktijk leidt tot een enorme groep van verschillende soorten gebruikers. Zo concurreert Surfnet volgens Opta bijvoorbeeld door individuele studenten die van woningcorporatie Stadswonen in Rotterdam huren aansluitingen aan te bieden.

Concurrentie

Bovendien biedt Surfnet verbindingen aan die volgens Opta veel verder gaan dan voor communicatie benodigd binnen een gesloten gebruikersgroep die Surfnet zegt te bedienen. Ook huurt Surfnet lijnen van marktpartijen met eigen netwerken.

Surfnet bracht daartegenin dat op grond van jurisprudentie en Nederlandse en Europese regels er wel sprake is van beslotenheid van aanbod. De gebruikers van Surfnet zijn immers allen te scharen onder één groep, te weten instellingen die zich richten op wetenschappelijk onderzoek en hoger onderwijs.

De rechters gaven Surfnet gelijk: "Naar het oordeel van de rechtbank is dit een voldoende afgebakende groep. Die groep is niet toegankelijk voor het algemene publiek."

Ofschoon de uitspraak al enige weken geleden is gedaan - en onopgemerkt bleef - kan de Opta nog op geen enkele vraag antwoorden over een eventueel beroep dan wel de consequenties voor andere partijen. "We zijn er nog mee bezig."

Surfnet-directeur Erwin Bleumink heeft minder reden tot zwijgen: "We wachten rustig af welke stappen Opta nog denkt te kunnen zetten, maar deze uitspraak is erg helder." Het niet hoeven registreren scheelt surfnet jaarlijks ruim 9.000 euro aan kosten bij de Opta.

Boemerangeffect

Hendrik Rood, telecomanalist bij Stratix, waarschuwde twee jaar geleden al tegen de zijns inziens al te heftige registratiedrang bij de Opta. Volgens hem was dit nodeloos bureaucratisch en leek het vooral bedoeld om de kas van de Opta te spekken.

Hij vindt de uitspraak in de Surfnet-zaak juist. "Opta is gelukkig al tegemoet gekomen aan bezwaren van enkele partijen, zoals Glasvezelnet Amsterdam. Maar deze uitspraak kan nog meer gevolgen hebben voor partijen die in een gesloten omgeving opereren."

Bovendien, zo zegt Rood, zou een 'boemerangeffect' kunnen optreden voor de Opta: "Opta wilde wel op grote schaal partijen aanmerken als openbare telecomaanbieder in 2007, maar heeft diezelfde partijen vaak niet meegenomen als betrokkenen in marktanalyses die in 2008 zijn uitgevoerd. Erg consequent is dat niet en wellicht gaan partijen zich daarop beroepen."