De staatssecretaris voor het ministerie van Veiligheid en Justitie antwoordt dit op Kamervragen van Arjan El Fassed (Groen Links). Hij heeft opnieuw bot gevangen in het verkrijgen van openheid over de internettaps die de Nederlandse overheid zet. Teeven erkent dat de inlichtingenplicht van de overheid tegenover de Staten-Generaal essentieel is voor de controlerende taak van het parlement, maar dat er wel een beperking zit aan die openheid.

'Volstrekt disproportioneel'

“Zoals de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitvoerig uiteen heeft gezet in een brief over de reikwijdte van artikel 68 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 28362, nr. 2) stelt dit artikel evenwel ook een grens aan de inlichtingenplicht, namelijk bij gevallen waarin het verstrekken van de gevraagde informatie in strijd is met het belang van de staat", schrijft Teeven. “Hiervan is naar mijn oordeel in dit geval sprake."

De bewindsman geeft verder geen uitleg waarom het vrijgeven van aantallen taps op internetdiensten zoals Facebook, Twitter en Hyves het staatsbelang schade kan toebrengen. Dit “is volstrekt disproportioneel", reageert El Fassed in een e-mail aan Webwereld op de afwijzing van zijn verzoek om cijfers over het aftappen van social media.

Aanvaardbaar risico

In zijn Kamervragen heeft het Groen Links-Kamerlid nog de vergelijking getrokken met het wel vrijgeven van tapcijfers voor telefoonverkeer. Daar speelt kennelijk geen staatsbelang of mogelijke hindering van opsporingswerk. “Bent u van mening dat het vrijgeven van deze informatie het risico met zich mee brengt dat personen hun gedrag daarop gaan afstemmen?"

Teeven antwoordt dat er inderdaad een risico is dat “dat personen hun gedrag afstemmen op basis van deze informatie", maar volgens hem is dat aanvaardbaar. De staatssecretaris voegt hier aan toe dat dit risico toeneemt “naarmate de cijfers verder uitgeplitst worden". In antwoord op eerdere Kamervragen hierover stelde Teeven nog dat het niet in het belang is van de opsporing om inzicht te verschaffen in de mate waarin sociale media door de opsporingsautoriteiten gevolgd worden.

'Halsstarrige overheid'

Volgens Groen Links maakt deze nieuwste beantwoording van de Kamervragen duidelijk dat de overheid niet van plan is om inzicht te geven in de aard en omvang van het aftappen van social media. “Daardoor blijft het gissen of het aftappen van social media voldoet aan de in de strafwet gestelde eisen", stelt de politieke partij in een reactie. Het blijft zelfs onduidelijk hoe vaak onverdachte social mediagebruikers door de overheid gecontroleerd worden, aldus Groen Links.

“De halsstarrigheid van de overheid staat op gespannen voet met de beginselen van de democratische rechtstaat. Een rechtstatelijk opererende overheid moet niet bang zijn voor rechterlijke controle op de toepassing van social mediataps en al helemaal niet voor openbaarheid over abstracte cijfers."

Oproep aan gebruikers: eis zelf op

Een eerdere vraag aan internetproviders om openheid over online-taps heeft ook een weigering opgeleverd. El Fassed zegt dat het nu wachter is op een Kamermeerderheid om de internettapcijfers op te eisen bij de overheid. “In de tussentijd roep ik gebruikers op om zélf hun provider om opheldering te vragen. Uiteindelijk zijn gebruikers de cliënten van providers en het lijkt me wel zo fatsoenlijk dat zij hun klanten uitleggen hoe hun privacy bij hen gewaarborgd is."