Met enige regelmaat halen grote storingen in internetbankieren het nieuws. “Tja dan weet de hele wereld dat er met systemen iets gierend mis gaat. Dat is aan de oppervlakte”, vertelt Egbert Overdonk (naam gefingeerd) testmanager van een bedrijf uit het bank- en verzekeringswezen, tegenover Webwereld. “Maar van de grootste storingen weet jij helemaal niets.”

Hij wil per se anoniem blijven, de angst voor represailles is groot. “De sancties op praten met pers zijn fors. Toch moet er wel eens iets veranderen, want een schone schijn levert geen goede ict”, vertelt hij.

Noodzakelijk stempeltje

De pijn van Overdonk is dat zijn werk niet wordt gezien als een toegevoegde waarde. “We zijn voor veel projectleiders een station dat een stempeltje 'ok' moet geven. Of beter gezegd: we moeten vooral géén stempel 'niet ok' zetten”, vertelt hij. “Dus worden we in de meeste gevallen ook niet bij het proces betrokken. Er is opeens wat software om eens te testen.”

Dat is voor hem problematisch, omdat hij zo niet de kans krijgt zijn afdeling een goed testplan te laten bedenken. “Dus test je alleen die zaken die voor de hand liggen en dat is lang niet altijd wat nodig is”, vertelt hij. Zijn afdeling meldt gevonden problemen. “Meestal hoor je daarna niets meer terug. Als dat wel het geval is dan tref je het, maar de meeste projectleiders zijn niet bekend met het verschijnsel dat bij het oplossen van fouten er ook nieuwe worden geïntroduceerd.”

Geen kwaliteit toevoegen

“De kwaliteitsborging hoort onderdeel van het hele systeem te zijn. Een goede testafdeling begint zijn werk al bij het ontwerp om daar fouten te verminderen”, weet hij. “Als er dan fouten dreigen dan worden die zo vroeg mogelijk ondervangen. Bij mijn vorige werkgever deden we dat en als de ontwikkelaar klaar is dan zijn wij klaar met een mooi testplan.”

Maar bij de huidige werkgever is dat niet zo. “Maar daar staan we niet alleen in. Collega's bij andere banken en verzekeraars hebben dezelfde klachten”, verzucht Overdonk. “Ze moeten allemaal op het laatste moment maar wat testen. Dan vraag je om prutswerk.”

Te weinig tijd

Overigens verwijt de testmanager niet de projectleiders voor zijn problemen. “Die kunnen gewoon niet beter en hebben vaak een beperkt bevattingsvermogen. Het zijn de directeuren die de ambities te hoog leggen en te strak aan deadlines vasthouden”, betoogt Overdonk. “Wanneer de ontwikkeling te lang duurt moeten wij dat bezuren met korter testen.”

“Tientallen keren heb ik dat in rapportages geschreven, vergaderingen gezegd en nee geroepen”, vertelt hij gefrustreerd. Hij voelt zich niet serieus genomen. “Dan zegt zo'n projectleider wel eventjes te 'escaleren'. Dan krijg ik weer de wind van voren.”

Ruitje ingetikt

“Een paar jaar terug heb ik bij zo'n lul een ruitje van zijn auto ingetikt. Die verdiende het echt. Hij zou 's middags op vakantie gaan. Had hij ook een keer tijdsdruk”, zegt Overdonk lachend.

"Als het weer eens verkeerd gaat met de site van een bank of verzekeraar moeten jouw lezers maar eens vragen hoe goed er getest is", stelt Overdonk. “Nu maak ik me niet meer zo druk. Als het fout gaat dan ga ik naar de hoogste regionen en laat ik de genegeerde adviezen zien. Dan is mijn werk opeens best leuk!”

Overdonk stelt als gevolg van zijn werk korte tijd onder behandeling van een psycholoog te hebben gestaan.